Ambtelijke correspondentie / adviesnota.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / adviesnota. 15 januari 1941. [Linksboven:]
Intrekking vergunning
tot het plaatsen van
kramen t. n. v.
J. Brand.
[Rood stempel/schrift:]
05/2/217
[Rechtsboven:]
A'dam, 15/1 1941
W. h. M.
16/1/41 [paraf]
[Hoofdtekst:]
Ten vervolge op mijn
brief van 24 December jl. no. 85/64/3 M.
heb ik de eer U te berichten, dat J. Brand
m. i. v. 13 Januari jl.
zijn kramenmateriaal voor de markten
Lindengracht, Westerstraat en Noordermarkt
heeft verkocht aan G. Kouwenburg, wien
op 29 November 1938 onder no. 8/11 LM ’38
door B. en W. eveneens vergunning is verleend
tot het [doorstreept: opzetten van kramen] [tussenvoeging: op een anderen dan voor de markt
bestemden tijd, kramen opzetten] terzake
vovorengenoemde markten. Het gehele door
Brand verschuldigde bedrag is door Kouwenburg
aangezuiverd, dus ook hetgeen Brand voor
de markt Mosplein verschuldigd was.
Mijnerzijds bestaat thans geen bezwaar,
dat de aan Brand voor het Mosplein verleende
vergunning wordt gehandhaafd, uitsluitend
voor het Mosplein; de hem voor de
markten Lindengracht, Westerstraat en
Noordermarkt verleende vergunning kan
zonder bezwaar worden ingetrokken.
Ik heb de eer U te adviseren, de
aan J. Brand verleende vergunning in
vorenstaanden zin te doen wijzigen.
D.D.
[paraf] * Inhoud: Het document betreft een administratieve afhandeling van marktvergunningen in Amsterdam. J. Brand heeft zijn marktmateriaal verkocht aan G. Kouwenburg voor drie specifieke markten (Lindengracht, Westerstraat en Noordermarkt). Kouwenburg heeft de openstaande schulden van Brand (inclusief die voor het Mosplein) voldaan.
* Besluitvorming: De ambtenaar adviseert het college van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) om de vergunningen van Brand voor de drie verkochte locaties in te trekken, maar zijn vergunning voor het Mosplein te handhaven.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik uit de vroege 20e eeuw ("heb ik de eer U te berichten", "m.i.v." voor met ingang van, "jl." voor jongstleden).
* Correcties: Er is een opvallende correctie/tussenvoeging in de tekst waarbij de specifieke bevoegdheid voor het opzetten van kramen buiten markttijden wordt verduidelijkt. * Historische periode: Dit document is gedateerd januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Locaties: De genoemde markten (Lindengracht, Westerstraat, Noordermarkt) bevinden zich in de Jordaan en zijn van oudsher belangrijke handelsplaatsen in Amsterdam. Het Mosplein ligt in Amsterdam-Noord.
* Administratieve context: Dergelijke documenten geven inzicht in de continuïteit van de gemeentelijke bureaucreatie tijdens de bezettingsjaren. Hoewel de brief strikt zakelijk lijkt over de overdracht van materiaal en schulden, werden in deze periode marktvergunningen vaak streng gecontroleerd en gewijzigd in het kader van de uitsluiting van Joodse ondernemers (ariërisering). Hoewel dit document daar niet expliciet over spreekt, is dit de bredere historische context waarin dergelijke mutaties in de Amsterdamse marktregisters plaatsvonden.