Handgeschreven ambtelijke notitie/memo op papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/memo op papier. 12 januari 1941 (met een latere aantekening op 14 januari 1941). Daar mij bekend is, dat het besluit tot in-
trekking van de vergunning van Brood-
van het Mosplein en ook van de andere
markten reeds [doorgehaald: genomen] zelfs door B+W
genomen is moet den Wethouder worden
voorgesteld, [doorgehaald: dit de] de beslissing voor
zoover het deze betrekking heeft op het
Mosplein, ongedaan te maken.
[Rechtsonder:]
12-1-’41
deHaer [handtekening]
[Linksonder:]
Hhr. Muller en
Th. Wolff
ter kennisneming
Verweij [handtekening]
- 14-1-’41 * Onderwerp: De notitie betreft de intrekking van vergunningen voor de verkoop van brood op diverse Amsterdamse markten, met specifieke aandacht voor het Mosplein in Amsterdam-Noord.
* Inhoud: De auteur (mogelijk 'deHaer') stelt vast dat het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) al een besluit heeft genomen om vergunningen in te trekken. Er wordt echter geadviseerd om aan de verantwoordelijke Wethouder voor te stellen om dit besluit specifiek voor het Mosplein terug te draaien ("ongedaan te maken").
* Proces: De notitie is opgesteld op 12 januari. Twee dagen later, op 14 januari, is het document ter kennisneming doorgegeven aan de heren Muller en Wolff, wat is bevestigd met een paraaf (waarschijnlijk van een ambtenaar genaamd Verweij).
* Taalgebruik: Het document hanteert formeel-ambtelijke terminologie ("Daar mij bekend is", "den Wethouder", "voor zoover"). * Historische periode: Januari 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van toenemende regeldruk en schaarste.
* Markten en Vergunningen: In deze periode werden marktvergunningen vaak onderwerp van strijd vanwege de distributie van schaarse goederen (zoals brood). Daarnaast vonden er in 1941 ingrijpende wijzigingen plaats op Amsterdamse markten; Joodse kooplieden werden in de loop van dat jaar verbannen naar aparte markten. Hoewel dit document de reden voor de intrekking niet expliciet noemt, past de administratieve onrust rondom vergunningen op locaties zoals het Mosplein in dit tijdsbeeld.
* Locatie: Het Mosplein was (en is) een belangrijk verkeers- en handelsknooppunt in Amsterdam-Noord. De markt daar was essentieel voor de lokale voedselvoorziening.
Samenvatting
- Onderwerp: De notitie betreft de intrekking van vergunningen voor de verkoop van brood op diverse Amsterdamse markten, met specifieke aandacht voor het Mosplein in Amsterdam-Noord.
- Inhoud: De auteur (mogelijk 'deHaer') stelt vast dat het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) al een besluit heeft genomen om vergunningen in te trekken. Er wordt echter geadviseerd om aan de verantwoordelijke Wethouder voor te stellen om dit besluit specifiek voor het Mosplein terug te draaien ("ongedaan te maken").
- Proces: De notitie is opgesteld op 12 januari. Twee dagen later, op 14 januari, is het document ter kennisneming doorgegeven aan de heren Muller en Wolff, wat is bevestigd met een paraaf (waarschijnlijk van een ambtenaar genaamd Verweij).
- Taalgebruik: Het document hanteert formeel-ambtelijke terminologie ("Daar mij bekend is", "den Wethouder", "voor zoover").
Historische Context
- Historische periode: Januari 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van toenemende regeldruk en schaarste.
- Markten en Vergunningen: In deze periode werden marktvergunningen vaak onderwerp van strijd vanwege de distributie van schaarse goederen (zoals brood). Daarnaast vonden er in 1941 ingrijpende wijzigingen plaats op Amsterdamse markten; Joodse kooplieden werden in de loop van dat jaar verbannen naar aparte markten. Hoewel dit document de reden voor de intrekking niet expliciet noemt, past de administratieve onrust rondom vergunningen op locaties zoals het Mosplein in dit tijdsbeeld.
- Locatie: Het Mosplein was (en is) een belangrijk verkeers- en handelsknooppunt in Amsterdam-Noord. De markt daar was essentieel voor de lokale voedselvoorziening.