Archiefdocument
Origineel
Schulden kramenverhuurders.
per 25 October 1941. [rechtsboven:] 815
J. Brand, Houtrijkstr. 75$^{II}$ f 2.59
~~M. Cohen Waterlooplein 51 . 6.06~~
J. Schelvis Waterlooplein 56 . 2.65
[schuin geschreven:] Opbergen
op schriftelijk aanmanen
[onleesbare paraaf/handtekening]
[stempels onderzijde:]
28 OCT. 1941
№ 85/1/45 M. 1941 $^{29}/_{10}$
[klein rond stempel met gestileerde 'W'] * Inhoud: Het document betreft een lijstje van drie personen die achterstallige betalingen hebben bij een instantie die marktkramen verhuurt.
* Personen en bedragen:
* J. Brand (Houtrijkstraat 75-II): verschuldigd bedrag van 2,59 gulden.
* M. Cohen (Waterlooplein 51): het bedrag van 6,06 gulden is doorgehaald, wat suggereert dat deze schuld is voldaan of administratief is afgehandeld.
* J. Schelvis (Waterlooplein 56): verschuldigd bedrag van 2,65 gulden.
* Actie: De tekst "op schriftelijk aanmanen" wijst op de opdracht om een formele betalingsherinnering te sturen. Het woord "Opbergen" duidt op de voltooiing van deze administratieve handeling.
* Kenmerken: De paarse stempel onderaan met "M. 1941" verwijst zeer waarschijnlijk naar de administratie van het Amsterdamse Marktwezen. Dit document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is beladen vanwege de locaties en namen: het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een belangrijke plek voor de markthandel. De namen Cohen en Schelvis zijn veelvoorkomende Joods-Amsterdamse achternamen.
In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds meer beperkt in hun vrijheid en handel door anti-Joodse verordeningen van de bezetter. Deze notitie toont de bureaucratische realiteit van die tijd, waarbij kleine schulden bij het Marktwezen nog nauwgezet werden bijgehouden en opgevolgd, terwijl de druk op de Joodse gemeenschap in de stad dramatisch toenam. De "W" in het ronde stempeltje zou kunnen verwijzen naar de 'W' van het Waterlooplein of een specifieke controle-instantie van het Marktwezen.
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft een lijstje van drie personen die achterstallige betalingen hebben bij een instantie die marktkramen verhuurt.
- Personen en bedragen:
- J. Brand (Houtrijkstraat 75-II): verschuldigd bedrag van 2,59 gulden.
- M. Cohen (Waterlooplein 51): het bedrag van 6,06 gulden is doorgehaald, wat suggereert dat deze schuld is voldaan of administratief is afgehandeld.
- J. Schelvis (Waterlooplein 56): verschuldigd bedrag van 2,65 gulden.
- Actie: De tekst "op schriftelijk aanmanen" wijst op de opdracht om een formele betalingsherinnering te sturen. Het woord "Opbergen" duidt op de voltooiing van deze administratieve handeling.
- Kenmerken: De paarse stempel onderaan met "M. 1941" verwijst zeer waarschijnlijk naar de administratie van het Amsterdamse Marktwezen.
Historische Context
Dit document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is beladen vanwege de locaties en namen: het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een belangrijke plek voor de markthandel. De namen Cohen en Schelvis zijn veelvoorkomende Joods-Amsterdamse achternamen.
In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds meer beperkt in hun vrijheid en handel door anti-Joodse verordeningen van de bezetter. Deze notitie toont de bureaucratische realiteit van die tijd, waarbij kleine schulden bij het Marktwezen nog nauwgezet werden bijgehouden en opgevolgd, terwijl de druk op de Joodse gemeenschap in de stad dramatisch toenam. De "W" in het ronde stempeltje zou kunnen verwijzen naar de 'W' van het Waterlooplein of een specifieke controle-instantie van het Marktwezen.