Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 18 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst). [Rechtsboven, handgeschreven:]
Mr. Müller
M. de Laer
[Midden boven, handgeschreven/stempel:]
Verzonden 18/4
[Rechtsboven, getypt:]
D/HG
[Adressaatsvermelding:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Kenmerk en datum:]
85/9/2 M. 18 April 1941.
[Onderwerp:]
Intrekking kramenvergunning
ten name van L.Plekker.
[Inhoud:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat L.Plekker, West
Zijderveld 6 B Zaandam, wien op 29 November 1938 onder no.811 L.M.
1938 door Burgemeester en Wethouders vergunning werd verleend tot
het plaatsen van kramen op de markt Mosplein, mij heeft medegedeeld
dat hij met ingang van 19 April a.s. niet langer gebruik van de hem
verleende vergunning wenscht te maken; ik heb mitsdien de eer U
beleefd te verzoeken te willen bevorderen, dat bedoelde vergunning
door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam met ingang van voren-
vermelden datum wordt ingetrokken.
De Directeur, Deze brief betreft de administratieve afhandeling van het vrijwillig beëindigen van een marktvergunning. De heer L. Plekker uit Zaandam, die sinds november 1938 een standplaats had op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord, heeft aangegeven per 19 april 1941 te willen stoppen.
De directeur van de betreffende dienst verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om de nodige stappen te ondernemen zodat de vergunning officieel kan worden ingetrokken. Opvallend is de formele, ambtelijke taal ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien de eer U beleefd te verzoeken") die kenmerkend is voor de correspondentie uit die tijd. Het document dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is historisch saillant vanwege de genoemde "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Na de Februaristaking van 1941 ontsloeg de Duitse bezetter het democratisch gekozen Amsterdamse gemeentebestuur en verving dit door een regeringscommissaris (Edward Voûte), die met verregaande bevoegdheden de stad bestuurde.
De markt op het Mosplein was een belangrijke lokale voorziening in Amsterdam-Noord. In deze periode van schaarste en rantsoenering viel het marktwezen direct onder de verantwoordelijkheid van de Wethouder (of de afdeling) voor de Levensmiddelen. De handgeschreven namen bovenin (o.a. Mr. Müller) verwijzen waarschijnlijk naar de ambtenaren die de brief in behandeling hebben genomen of hebben geparafeerd voor verzending. L. Plekker M. de Laer Marktwezen