Getypte doorslag van een uitgaande brief met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte doorslag van een uitgaande brief met handgeschreven aantekening. 27 oktober 1941 (verzonden op 28 oktober 1941). De Directeur van het Front van Nering en Ambacht / Nederlandsch Middenstandsfront, Rotterdam. [Handgeschreven in blauw potlood:] Verzonden 28/10.
[Rechtsboven:] HG.
Front van Nering en Ambacht,
Nederlandsch Middenstandsfront,
G.W.Burgerplein 1c,
R O T T E R D A M .
85/21/2 M. 1 27 October 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 September jl. doe ik
U in bijlage dezes de gevraagde adressenlijst van verhuurders van
marktkramen te Amsterdam toekomen.
De Directeur, Deze korte, zakelijke brief dient als begeleidend schrijven bij een bijlage (die hier niet aanwezig is). De afzender reageert op een eerdere aanvraag van 23 september 1941. De kern van de boodschap is het verstrekken van een lijst met adressen van personen of bedrijven die marktkramen verhuren in Amsterdam.
Het document is een doorslag (carbonkopie), herkenbaar aan de typerende vage letter en het dunne papier. De handgeschreven aantekening "Verzonden 28/10" is een administratieve notitie voor de verzendadministratie van de organisatie. Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde organisaties, het Front van Nering en Ambacht en het Nederlandsch Middenstandsfront (NMF), waren nationaalsocialistisch georiënteerde instanties. Het NMF werd in 1941 opgericht als onderdeel van de gelijkschakeling van het Nederlandse bedrijfsleven, bedoeld om de belangen van de middenstand te behartigen volgens de principes van de Nieuwe Orde.
Het opvragen van adressenlijsten van marktkraamverhuurders in Amsterdam in het najaar van 1941 moet gezien worden in het licht van de toenemende regulering en uitsluiting. In Amsterdam was een groot deel van de markthandel in handen van Joodse ondernemers. In 1941 werden tal van anti-Joodse maatregelen van kracht die hun bewegingsvrijheid en economische positie systematisch ondermijnden, zoals het verbod voor Joden om op openbare markten te staan. Dergelijke adressenlijsten konden door de bezetter of collaborerende instanties gebruikt worden voor administratieve controle of het handhaven van deze uitsluitingsmaatregelen.