Officieel gedrukt reglement / uittreksel van gemeentelijke besluiten.
Origineel
Officieel gedrukt reglement / uittreksel van gemeentelijke besluiten. Algemeene Voorschriften
Arbeidsovereenkomsten.
103
ALGE MEENE VOORSCHRIFTEN VOOR HET AANGAAN VAN
ARBEIDSOVEREENKOMSTEN NAAR BURGERLIJK RECHT.
I Indienstneming. (Besluit van Burgemeester en Wethouders van 17 Maart 1933, No. 280 Arb. 1933.)
Indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht zal plaats hebben in het geval door de in dienst te nemen ambtenaren werkzaamheden moeten worden verricht van zeer tijdelijken of bij-zonderen aard, als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Ambtenarenreglement.
II Mondelinge overeenkomst. (Besluiten van Burgemeester en Wethouders van 7 April 1933, No. 280a Arb. 1933; 11 Mei 1934, No. 636 Arb. 1934, en 21 December 1934, No. 1619 Arb. 1934.)
In bijzondere gevallen kan voor bepaalde verrichtingen of werkzaamheden van zeer korten duur (b.v. aanneming van een vroedvrouw voor een enkele verrichting of het voor één of voor een halven dag invallen voor een zieke), de arbeidsovereenkomst mondeling worden aangegaan; bij deze overeenkomst zullen dezelfde voorwaarden gelden, als vermeld in de formulieren voor de schriftelijke arbeidsovereenkomst, met dien verstande, dat de arbeidsovereenkomst zal worden aangegaan voor een bepaalde verrichting of voor een bepaalden tijdsduur en mitsdien de bepalingen van de schriftelijke arbeidsovereenkomsten met betrekking tot de opzegging en den opzeggingstermijn niet zullen gelden.
III Kindertoeslag en ongehuwdenaftrek. (Besluiten van Burgemeester en Wethouders dan 7 December 1934, No. 1075 b-p Arb. 1934, en 21 December 1934, No. 1619 Arb. 1934.)
(1) De ambtenaren, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, wier salaris (krachtens de met hen aangegane arbeidsovereenkomst) wordt bepaald overeenkomstig de salarisregeling voor de ambtenaren, vallende onder het Ambtenarenreglement, alsmede de typisten en telefonisten, de controleuses bij den Dienst der Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen, de rijwielbewaarder bij de Universiteit en de poortbewaarster bij het Weduwenhof, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, hebben, onder dezelfde voorwaarden, als vastgesteld voor de ambtenaren, op wie het Ambtenarenreglement van toepassing is, aanspraak op kindertoeslag.
(2) Op het salaris van de ambtenaren, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, genoemd onder III (1), die den 23-jarigen of een ouderen leeftijd hebben bereikt en ongehuwd zijn, wordt volgens dezelfde regelen, als vastgesteld voor de ambtenaren, op wie het Ambtenarenreglement van toepassing is, de ongehuwdenaftrek toegepast. * Inhoudelijke kern: Het document regelt de rechtspositie van personeel dat bij de gemeente in dienst treedt via een privaatrechtelijke overeenkomst (burgerlijk recht) in plaats van de gebruikelijke publiekrechtelijke aanstelling. Dit gebeurt met name bij tijdelijk of bijzonder werk.
* Uitzonderingen: Artikel II is interessant omdat het de mogelijkheid biedt voor mondelinge contracten voor zeer kortstondige taken, zoals het incidenteel invallen van een vroedvrouw of ziektevervanging voor één dag. Hierbij vervallen regels omtrent opzeggingstermijnen.
* Gelijkheid: Artikel III stelt vast dat deze groep werknemers (inclusief specifieke beroepen zoals 'controleuses bij de badinrichting' of de 'poortbewaarster bij het Weduwenhof') voor wat betreft kindertoeslag en de zogenaamde 'ongehuwdenaftrek' gelijkgesteld worden met ambtenaren in vaste dienst.
* Taalgebruik: Het document hanteert de spelling van vóór de wijziging van 1947 (bijv. "Algemeene", "tijdelijken", "Wasch-"). * Tijdsgeest: De jaren 1933-1934 vallen midden in de Grote Depressie. Overheden moesten enerzijds bezuinigen, maar hadden anderzijds te maken met een complexe administratieve organisatie. De noodzaak om flexibel personeel (mondelinge contracten) juridisch strak te kaderen is hier zichtbaar.
* Sociaal-economisch: De "ongehuwdenaftrek" en "kindertoeslag" weerspiegelen het toenmalige gezinsbeleid, waarbij het inkomen van de kostwinner centraal stond en alleenstaanden vaak zwaarder belast werden of minder toeslagen ontvingen.
* Lokaal bestuur: Hoewel de specifieke stad niet genoemd wordt, wijzen termen als "Dienst der Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen" en de "Universiteit" op een grote Nederlandse gemeente, vermoedelijk Amsterdam of Utrecht gezien de terminologie in vergelijkbare archiefstukken uit die periode. De potloodstreep suggereert dat dit exemplaar onderdeel was van een dossier waarbij deze regels getoetst of geannuleerd werden.