Brief / Ambtelijk rapport.
Origineel
Brief / Ambtelijk rapport. 19 december 1941. J. Kenz (vermoedelijk een marktmeester of opzichter). Den Heer Inspecteur (van de Markten). Waterlooplein J. 19 Dec: 1941
Den Heer
Inspecteur
J. de Vries pl: nº 50 verzoekt om
van zijn eigen stal gebruik te
mogen maken. Ofschoon de hem
verleende vergunning tot het plaat-
sen van een eigen stal, geldig
was voor het Waterlooplein, heb
ik J. de Vries ook op de markt
Waterlooplein J. van zijn eigen
stal gebruik laten maken, maar
nu wenscht hij nog dagelijks mee
te laten, voor een andere plaats,
wat dus zeggen wil dat er elken
dag een stal voor hem afgebroken
moet worden. Op grond hiervan
zou ik U in overweging willen
geven het verzoek niet toe te
staan.
J. Kenz In dit document adviseert een marktofficfunctionaris (J. Kenz) de Inspecteur om een verzoek van de koopman J. de Vries af te wijzen. De Vries heeft een vergunning om een eigen marktkraam ("stal") te gebruiken op het Waterlooplein. Hij wil deze kraam nu blijkbaar ook op een andere locatie of voor een andere standplaats gebruiken.
De auteur van de brief maakt bezwaar omdat dit logistieke problemen oplevert: op de gewenste nieuwe plek staat al een gemeentelijke kraam die dan elke dag afgebroken zou moeten worden om plaats te maken voor de eigen kraam van De Vries. Vanuit een oogpunt van efficiëntie en werkdruk wordt het verzoek dus negatief beoordeeld. De datum (december 1941) en de locatie ("Waterlooplein J.") zijn historisch zeer significant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De toevoeging van de letter "J" achter Waterlooplein duidt op de status van de markt als "Joodse Markt".
Vanaf september 1941 voerden de bezetters segregatie in op de Amsterdamse markten. Joden mochten alleen nog handelen op specifiek aangewezen markten, waaronder de markt op het Waterlooplein, die officieel de aanduiding "J" kreeg. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie op deze gesegregeerde markten. Hoewel de brief over een ogenschijnlijk triviale administratieve kwestie gaat (kraamlogistiek), vindt dit plaats tegen de achtergrond van de toenemende uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam. De marktkoopman J. de Vries was, gezien de locatie en de tijd, vrijwel zeker een Joodse Amsterdammer die probeerde zijn brood te verdienen onder steeds restrictievere omstandigheden. J. Kenz J. de Vries
Samenvatting
In dit document adviseert een marktofficfunctionaris (J. Kenz) de Inspecteur om een verzoek van de koopman J. de Vries af te wijzen. De Vries heeft een vergunning om een eigen marktkraam ("stal") te gebruiken op het Waterlooplein. Hij wil deze kraam nu blijkbaar ook op een andere locatie of voor een andere standplaats gebruiken.
De auteur van de brief maakt bezwaar omdat dit logistieke problemen oplevert: op de gewenste nieuwe plek staat al een gemeentelijke kraam die dan elke dag afgebroken zou moeten worden om plaats te maken voor de eigen kraam van De Vries. Vanuit een oogpunt van efficiëntie en werkdruk wordt het verzoek dus negatief beoordeeld.
Bron-evidence
7
J. de Vries pl: nº 50 verzoekt om van zijn eigen stal gebruik te mogen maken.
J. de Vries pl: nº 50
Ofschoon de hem verleende vergunning tot het plaatsen van een eigen stal, geldig was voor het Waterlooplein
heb ik J. de Vries ook op de markt Waterlooplein J van zijn eigen stal gebruik laten maken
wat dus zeggen wil dat er elken dag een stal voor hem afgebroken moet worden
heb ik J. de Vries ook op de markt Waterlooplein J van zijn eigen stal gebruik laten maken
Ofschoon de hem verleende vergunning tot het plaatsen van een eigen stal, geldig was voor het Waterlooplein
Historische Context
De datum (december 1941) en de locatie ("Waterlooplein J.") zijn historisch zeer significant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De toevoeging van de letter "J" achter Waterlooplein duidt op de status van de markt als "Joodse Markt".
Vanaf september 1941 voerden de bezetters segregatie in op de Amsterdamse markten. Joden mochten alleen nog handelen op specifiek aangewezen markten, waaronder de markt op het Waterlooplein, die officieel de aanduiding "J" kreeg. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie op deze gesegregeerde markten. Hoewel de brief over een ogenschijnlijk triviale administratieve kwestie gaat (kraamlogistiek), vindt dit plaats tegen de achtergrond van de toenemende uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam. De marktkoopman J. de Vries was, gezien de locatie en de tijd, vrijwel zeker een Joodse Amsterdammer die probeerde zijn brood te verdienen onder steeds restrictievere omstandigheden.