Administratieve notitie/intern memo (waarschijnlijk van de Gemeente Amsterdam, Afdeling Marktwezen).
Origineel
Administratieve notitie/intern memo (waarschijnlijk van de Gemeente Amsterdam, Afdeling Marktwezen). 27 oktober 1941 t/m 7 april 1942 (diverse data op het document). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 16/30/1 1941
DOORGEZONDEN: 27/10-'41.
[Boven midden/rechts:]
816
L. Barmhartigheid
pl. 54ª Waterlooplein.
[Hoofdtekst links:]
Insp.
B. is 3 Nov. j.l. met $f$ 3.-
schuld afgevoerd i.v.m.
arisering dag- en week-
markten.
B. kan zich desgewenscht
voor één der Joodsche
markten laten inschrijven.
m.i. kan de schuld ad $f$ 3.-
worden geannuleerd.
[Handtekening: Smit?] 7/12 '41
[Onderaan midden:]
+ heeft nog een openstaan debet
alg. techniek.
16-1-42 [Paraaf]
[Rechtsboven:]
Th. Ring
ter kennisneming
31-10-41
de Boer
[Rechts midden:]
M: de Vries
L. Barmhartigheid pl. n.
54 is ontslagen uit Scheveningen
dagteekening? J.N.
[Rechtsonder:]
acc
19-12-'41
deBoer
26/3
[Paraaf] 7/42
[Linksonder gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting.
De kern van de notitie is dat de heer Barmhartigheid, een marktkoopman van het Waterlooplein, op 3 november 1941 is "afgevoerd" van de reguliere dag- en weekmarkten vanwege de "arisering" (het proces waarbij Joden uit het economische leven werden verdreven). Hij heeft op dat moment nog een schuld van 3 gulden openstaan bij de marktininstantie.
De inspecteur (Smit?) stelt voor deze kleine schuld kwijt te schelden, aangezien de man gedwongen is te stoppen en zich eventueel kan inschrijven voor een van de speciaal aangewezen "Joodsche markten". Opvallend is ook de notitie aan de rechterkant, die vermeldt dat Barmhartigheid is "ontslagen uit Scheveningen". Dit verwijst zeer waarschijnlijk naar de strafgevangenis in Scheveningen (het Oranjehotel), waar hij mogelijk gevangen had gezeten voordat hij werd vrijgelaten (of gedeporteerd). De data op het document laten zien dat de administratieve afhandeling van deze 3 gulden schuld doorliep tot in april 1942. Het document bevindt zich in de context van de anti-Joodse maatregelen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 werden Joden stelselmatig geweerd uit openbare functies en het economische leven. In Amsterdam mochten Joodse marktkooplieden vanaf september 1941 alleen nog verkopen op specifieke Joodse markten, zoals die op het Waterlooplein en het Gaaspereplein.
Het woord "arisering" in het document is een directe term uit de nazi-ideologie. De vermelding van "Scheveningen" wijst op de repressie door de bezetter; veel Joodse Amsterdammers werden om diverse (vaak triviale) redenen opgepakt en in Scheveningen vastgezet alvorens naar kampen te worden gestuurd. Dit ogenschijnlijk banale administratieve briefje over een schuld van 3 gulden maskeert de grotere tragedie van de Holocaust: de volledige beroving van rechten en bezit van een individu door een kille bureaucratische machine. L. Barmhartigheid M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen