Getypte ambtelijke brief met tabel.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met tabel. 6 juni 1941. Het Gewestelijk Arbeidsbureau, Amsterdam-Centrum (Passeerdersgracht 30-32). [Handgeschreven: Intern]
HG.
het Gewestelijk Arbeidsbureau,
Passeerdersgracht 30-32,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 6.
86/3/10 M. 6 Juni 1941.
Tewerkgestelden
in Duitschland.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 28 Februari jl.(No.86/3/7
M.) verzoek ik U beleefd mij te willen mededeelen, of onderstaande
kooplieden voldoen aan het gestelde in het Besluit van Burgemees-
ter en Wethouders d.d. 13 December jl. No.987 L.M.1940.
De Directeur,
Naam | Geb.datum | Adres |No.plaats| Markt
| | |of v.k.k.|
A.Slikker | 27-12-07 | Gov.Flinckstraat 192 | 233 | Alb.Cuypstraat
S.Bromet | 6-7-10 | Markenplein 4 | 73 | Sumatrastraat
J.Goedhart | 10-6-91 | L.Leidschedwarsstr.172 I | 333 | Alb.Cuypstraat
------------------------------------------------------------------------- Dit document is een administratieve aanvraag van het Gewestelijk Arbeidsbureau aan een lagere instantie (Wijk 6). De essentie van de brief is de controle op de status van drie marktkooplieden. De directeur wil weten of zij voldoen aan een specifiek gemeentelijk besluit uit december 1940.
De relevantie hiervan blijkt uit de kop: "Tewerkgestelden in Duitschland". Tijdens de bezetting probeerden de autoriteiten via het Arbeidsbureau mannen te selecteren voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in de Duitse oorlogsindustrie). Marktkooplieden die niet officieel geregistreerd stonden of niet voldeden aan de vergunningseisen, werden als 'werkloos' of 'overtollig' beschouwd en liepen een groot risico om naar Duitsland gestuurd te worden.
De afkorting "v.k.k." in de tabel staat voor Vaste Kraam Kaart, het bewijs dat een handelaar een officiële vaste standplaats op de markt had.
Genoemde personen:
* A. Slikker (Albert Slikker): Koopman op de Albert Cuypmarkt.
* S. Bromet (Salomon Bromet): Koopman op de markt in de Sumatrastraat. Zijn adres op het Markenplein duidt op een Joodse achtergrond.
* J. Goedhart (Jacob Goedhart): Eveneens werkzaam op de Albert Cuypmarkt. In juni 1941 was de Duitse bezetting van Nederland ruim een jaar onderweg. Het administratieve apparaat werd in toenemende mate ingezet voor de vervolging van Joden en de economische uitbuiting van Nederland.
Het genoemde "Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 December jl. No.987 L.M.1940" had betrekking op de sanering van het marktwezen. De bezetter gebruikte dergelijke regelgeving om Joodse handelaren hun vergunning te ontnemen en om 'niet-nuttige' arbeidskrachten te identificeren voor tewerkstelling.
Vooral voor Salomon Bromet was deze controle levensgevaarlijk. Vanaf het voorjaar van 1941 werden Joodse Amsterdammers systematisch uit het openbare leven en de handel geweerd. Het Markenplein, waar hij woonde, lag in de Jodenbuurt waar slechts enkele maanden voor deze brief de eerste grote razzia's hadden plaatsgevonden. Voor velen was een dergelijke administratieve check de eerste stap in een proces dat leidde tot werkkampen of deportatie.