Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 274
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Administratieve kaart/geleidebiljet (Algemene Zaken, Model No. 14) betreffende marktgelden in Amsterdam.

Gedateerd tussen februari en maart 1941 (midden in de Duitse bezetting).

Origineel

Administratieve kaart/geleidebiljet (Algemene Zaken, Model No. 14) betreffende marktgelden in Amsterdam. Gedateerd tussen februari en maart 1941 (midden in de Duitse bezetting). [Linksboven in kader - gedrukt en handgeschreven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 86/7/3 1941
DOORGEZONDEN: 13/3-'41

[Rechtsboven - handgeschreven]
358

[Midden - handgeschreven tekst]
H. Brander, Kranenburgwal 66 hs
wegens ziektenis
vrijstellen van betaling van
marktgeld vanaf 23-2-'41
Waterlooplein g.s.
Mosplein g.s.

[Handtekening/Paraaf] 14/3 '41

[Onderaan midden/rechts - handgeschreven en stempel]
86/7/4 M
15/3/41 J.H.

GEZIEN
DE INSPECTEUR
de Boer [Handtekening]

[Linksonder - gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Het document is een verzoek of besluit tot vrijstelling van de betaling van marktgeld voor een marktkraamhouder genaamd H. Brander.
* Reden: De vrijstelling wordt verleend "wegens ziektenis" (wegens ziekte).
* Locaties: Brander had standplaatsen op het Waterlooplein en het Mosplein (Amsterdam-Noord). De afkorting "g.s." achter de locaties staat waarschijnlijk voor "geen standplaats" of een interne administratieve code (zoals "gezien" of "geregistreerd").
* Administratief proces: De aanvraag loopt van eind februari 1941 (ingangsdatum vrijstelling 23-2-'41) tot de uiteindelijke afhandeling door de inspecteur op 15 maart 1941. Het document laat de ambtelijke molen zien waarbij dossiers van een volgnummer (86/7/3) naar een definitieve afhandeling (86/7/4M) gaan.
* Adres: De vermelde "Kranenburgwal 66 hs" verwijst naar een adres in de Amsterdamse binnenstad. Historisch onderzoek naar de naam H. Brander (mogelijk Hartog Brander) in combinatie met dit adres en het Waterlooplein wijst vaak op de Joodse bevolking van Amsterdam in die tijd. Dit document stamt uit maart 1941, een kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam. De februari-staking had net plaatsgevonden (25-26 februari 1941), mede als protest tegen de vervolging van de Joodse bevolking. De markten, met name het Waterlooplein, stonden in het centrum van deze spanningen. Kort na de datum van dit document werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en uiteindelijk verbannen van de algemene markten. Een administratief verzoek om vrijstelling wegens ziekte lijkt een klein detail, maar binnen de context van 1941 kan het duiden op de precaire persoonlijke en economische omstandigheden van marktkooplieden aan het begin van de Holocaust.

Samenvatting

  • Onderwerp: Het document is een verzoek of besluit tot vrijstelling van de betaling van marktgeld voor een marktkraamhouder genaamd H. Brander.
  • Reden: De vrijstelling wordt verleend "wegens ziektenis" (wegens ziekte).
  • Locaties: Brander had standplaatsen op het Waterlooplein en het Mosplein (Amsterdam-Noord). De afkorting "g.s." achter de locaties staat waarschijnlijk voor "geen standplaats" of een interne administratieve code (zoals "gezien" of "geregistreerd").
  • Administratief proces: De aanvraag loopt van eind februari 1941 (ingangsdatum vrijstelling 23-2-'41) tot de uiteindelijke afhandeling door de inspecteur op 15 maart 1941. Het document laat de ambtelijke molen zien waarbij dossiers van een volgnummer (86/7/3) naar een definitieve afhandeling (86/7/4M) gaan.
  • Adres: De vermelde "Kranenburgwal 66 hs" verwijst naar een adres in de Amsterdamse binnenstad. Historisch onderzoek naar de naam H. Brander (mogelijk Hartog Brander) in combinatie met dit adres en het Waterlooplein wijst vaak op de Joodse bevolking van Amsterdam in die tijd.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1941, een kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam. De februari-staking had net plaatsgevonden (25-26 februari 1941), mede als protest tegen de vervolging van de Joodse bevolking. De markten, met name het Waterlooplein, stonden in het centrum van deze spanningen. Kort na de datum van dit document werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en uiteindelijk verbannen van de algemene markten. Een administratief verzoek om vrijstelling wegens ziekte lijkt een klein detail, maar binnen de context van 1941 kan het duiden op de precaire persoonlijke en economische omstandigheden van marktkooplieden aan het begin van de Holocaust.

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6