Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 276
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift.

Maart 1941 (afgaande op de administratieve stempels: 4 maart 1941). Van: R. Brander namens H. Brander. Aan: De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift. Maart 1941 (afgaande op de administratieve stempels: 4 maart 1941). R. Brander namens H. Brander. De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. (De tekst is letterlijk overgenomen, inclusief spelling- en grammaticafouten van de oorspronkelijke schrijver.)

[Rechtsboven in de marge:] m: Zump

Aanden Direeteur van Marktwezen
Zeer Geachte Direeteur Met Deze
vraag ik u beleeft als dat mijn
Zoon H. Brander zwaneburgwal 66
Maandag jongsleden is op genomen
en nu op het oogenblik zijn plaats
op het Mosveld en Waterlooplein
niet kan waarnemen nu wenst ik
dan gaarne als u belieft om tijdelijks
dan vrijstelling kan krijgen tot nader
aankondigen
Hoogachtent
H. Brander zwaneburgwal 66
Huis ondergetekent
R. Brander zwaneburgwal
66 Huis centrum

[Stempels onderaan:]
Nº 36/7/1 M.1941 4/3
90/30 De brief is een formeel maar eenvoudig geschreven verzoek aan de gemeentelijke Dienst van het Marktwezen. De schrijver, R. Brander (vermoedelijk de vader of moeder), informeert de directeur dat zijn/haar zoon, Hartog (H.) Brander, afgelopen maandag is opgenomen in het ziekenhuis.

Vanwege deze overmacht kan de zoon zijn marktplaatsen op het Mosveld (Amsterdam-Noord) en het Waterlooplein (Amsterdam-Centrum) niet bemannen. De schrijver verzoekt om een tijdelijke vrijstelling van de aanwezigheidsplicht ("waarnemen") tot nader order. Het taalgebruik is typisch voor een Amsterdamse arbeider of kleine handelaar uit die tijd, waarbij beleefdheidsvormen worden gecombineerd met een fonetische spelling van woorden zoals "Direeteur", "jongsleden" en "Hoogachtent". Het document dateert van maart 1941, een kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De brief is verzonden slechts één week na de Februaristaking (25-26 februari 1941), het massale protest tegen de Jodenvervolging.

De adressering op de Zwanenburgwal 66 is veelzeggend: dit pand bevond zich in het hart van de Joodse buurt (Jodenbuurt). Uit archiefgegevens blijkt dat de familie Brander die hier woonde inderdaad Joods was. Hartog Brander (geboren in 1918) stond geregistreerd als koopman. De markthandel op het Waterlooplein was voor de bewoners van deze wijk de voornaamste bron van inkomsten. Kort na het schrijven van deze brief, in de loop van 1941, zouden de bezetters Joodse handelaren steeds verder isoleren en hen uiteindelijk verbieden op reguliere markten te staan, waarna zij enkel nog op speciale "Joodse markten" mochten handelen. Dit document getuigt van de dagelijkse strijd om het behoud van een vergunning te midden van persoonlijke ziekte en groeiende maatschappelijke onderdrukking.

Samenvatting

De brief is een formeel maar eenvoudig geschreven verzoek aan de gemeentelijke Dienst van het Marktwezen. De schrijver, R. Brander (vermoedelijk de vader of moeder), informeert de directeur dat zijn/haar zoon, Hartog (H.) Brander, afgelopen maandag is opgenomen in het ziekenhuis.

Vanwege deze overmacht kan de zoon zijn marktplaatsen op het Mosveld (Amsterdam-Noord) en het Waterlooplein (Amsterdam-Centrum) niet bemannen. De schrijver verzoekt om een tijdelijke vrijstelling van de aanwezigheidsplicht ("waarnemen") tot nader order. Het taalgebruik is typisch voor een Amsterdamse arbeider of kleine handelaar uit die tijd, waarbij beleefdheidsvormen worden gecombineerd met een fonetische spelling van woorden zoals "Direeteur", "jongsleden" en "Hoogachtent".

Historische Context

Het document dateert van maart 1941, een kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De brief is verzonden slechts één week na de Februaristaking (25-26 februari 1941), het massale protest tegen de Jodenvervolging.

De adressering op de Zwanenburgwal 66 is veelzeggend: dit pand bevond zich in het hart van de Joodse buurt (Jodenbuurt). Uit archiefgegevens blijkt dat de familie Brander die hier woonde inderdaad Joods was. Hartog Brander (geboren in 1918) stond geregistreerd als koopman. De markthandel op het Waterlooplein was voor de bewoners van deze wijk de voornaamste bron van inkomsten. Kort na het schrijven van deze brief, in de loop van 1941, zouden de bezetters Joodse handelaren steeds verder isoleren en hen uiteindelijk verbieden op reguliere markten te staan, waarna zij enkel nog op speciale "Joodse markten" mochten handelen. Dit document getuigt van de dagelijkse strijd om het behoud van een vergunning te midden van persoonlijke ziekte en groeiende maatschappelijke onderdrukking.

Locaties

Zwanenburgwal 66 Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6