Handgeschreven brief met administratieve aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met administratieve aantekeningen. 12 juni 1941. J. L. Stibbe, Wouwschestraat 12 A, Bergen op Zoom. Dienst van het Marktwezen Amsterdam (t.a.v. de Marktinspectie). [Linksboven, paars stempel en potlood:]
№ 90/10/4 M. 1941 14/6
[Links, handgeschreven:]
№ 90/10/2 M.
[Rechtsboven:]
Bergen op Zoom 12 Juni 1941.
[Adressering:]
Marktwezen Amsterdam
M. i. Insp.
[Inhoud:]
Beleefd verzoek ik vanaf 1 Juli 1941 mijn uitstel om regelmatig een plaats op de markten Mosplein en Westerstraat te bezetten met 3 maanden te verlengen omrede dat mijn vrouw nog niet geheel herstelt is.
Het verschuldigde marktgeld zal ik direct na uw antwoord verzorgen.
[Afsluiting:]
Hoogachtend
J. L. Stibbe
Wouwschestraat 12 A.
Bergen op Zoom
[Linksonder, groot geschreven:]
2. 0. 2.
[Rechtsonder, klein geschreven:]
33/90 De schrijver, J. L. Stibbe, verzoekt om een verlenging van een reeds verleend uitstel voor het innemen van zijn marktplaatsen in Amsterdam. Hij voert als reden de gezondheidstoestand van zijn vrouw aan, die nog niet volledig hersteld is. Opvallend is dat de afzender in Bergen op Zoom woont, maar marktplaatsen beheert in Amsterdam (Mosplein in Noord en de Westerstraat in de Jordaan). Dit duidt op een reizende koopman die normaal gesproken wekelijks de afstand tussen West-Brabant en de hoofdstad overbrugde.
De brief is formeel en beleefd van toon. De schrijver toont zijn goede wil door expliciet te vermelden dat hij het verschuldigde marktgeld direct zal voldoen zodra hij bericht ontvangt. De diverse nummers en stempels boven- en onderaan het document wijzen op een strikte administratieve verwerking door de gemeente Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Dit document stamt uit juni 1941, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam "Stibbe" is een veelvoorkomende Joodse familienaam in Nederland. In 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers steeds strenger, ook voor marktkooplieden.
Slechts enkele maanden na deze brief, in september 1941, werd het Joodse kooplieden verboden om op reguliere markten te staan en werden zij verbannen naar specifieke "Joodse markten". De Dienst van het Marktwezen in Amsterdam speelde een actieve rol in de registratie en uitsluiting van Joodse ondernemers. Het verzoek om uitstel wegens ziekte van zijn vrouw kan in dit licht worden gezien: mogelijk probeerde de afzender zijn rechten op de standplaatsen te behouden in een tijd van toenemende onzekerheid en beperkingen. Dit type correspondentie bevindt zich vaak in de archieven van het Marktwezen (onderdeel van het Stadsarchief Amsterdam) en dient als bewijsstuk voor de administratieve vervolging en registratie van burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog.