Archiefdocument
Origineel
19 maart 1941. Nº 98 / 6 / I M. 1941 29/3 [stempel]
A'dam 19 Maart '41.
Inspecteur van Cleef verzocht heden
namiddag het navolgende.
a.s. Maandag, 24 Maart, moet hij voor
c.a. 220 Agenten van Politie theorie houden.
Bij ongunstig weer zoekt hij naar een lokaal.
Deze theorie zal 1 à 2 uren duren.
Zijn verlangen was om deze theorie in
de 3e veiling te mogen houden. Brigadier
van Beekum zal a.s. Vrijdag of zaterdag
rapport komen halen.
[Handtekening, mogelijk Jordens]
[Kantlijn links:]
Den Heer
Bedrijfschef
Om
[Handtekening/Paraaf]
[Onderaan:]
Acc 22/3 '41
[Paraaf] Het document is een ambtelijke notitie waarin een verzoek van Inspecteur van Cleef wordt vastgelegd. Hij heeft een ruimte nodig voor aanstaande maandag 24 maart 1941 om instructies (theorie) te geven aan een grote groep van ongeveer 220 politieagenten. Het verzoek is specifiek bedoeld voor het geval het weer slecht is ("bij ongunstig weer").
De voorkeur gaat uit naar de "3e veiling". Dit verwijst waarschijnlijk naar een van de hallen van de Centrale Markthallen of een specifieke veilinglocatie in Amsterdam die groot genoeg was om een dergelijke groep te huisvesten. Uit de kanttekeningen blijkt dat het verzoek is doorgeleid naar de bedrijfschef. De krabbel onderaan "Acc 22/3 '41" duidt op een 'Akkoord' (goedkeuring) gegeven op 22 maart, twee dagen voor de geplande bijeenkomst. Dit document stamt uit maart 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De datum is historisch saillant: het is slechts enkele weken na de Februaristaking (25-26 februari 1941). In deze periode stond het Amsterdamse politiekorps onder zware druk en toezicht van de bezetter.
Grootschalige bijeenkomsten voor "theorie" (mogelijk nieuwe instructies of ideologische vorming onder dwang van de Ordnungspolizei) voor honderden agenten tegelijk waren in deze fase van de oorlog gebruikelijk om de grip op het korps te verstevigen of om nieuwe procedures in de bezette stad door te nemen. Het gebruik van civiele locaties zoals veilinghallen was noodzakelijk omdat reguliere politiebureaus zelden de capaciteit hadden voor groepen van 220 man.
Samenvatting
Het document is een ambtelijke notitie waarin een verzoek van Inspecteur van Cleef wordt vastgelegd. Hij heeft een ruimte nodig voor aanstaande maandag 24 maart 1941 om instructies (theorie) te geven aan een grote groep van ongeveer 220 politieagenten. Het verzoek is specifiek bedoeld voor het geval het weer slecht is ("bij ongunstig weer").
De voorkeur gaat uit naar de "3e veiling". Dit verwijst waarschijnlijk naar een van de hallen van de Centrale Markthallen of een specifieke veilinglocatie in Amsterdam die groot genoeg was om een dergelijke groep te huisvesten. Uit de kanttekeningen blijkt dat het verzoek is doorgeleid naar de bedrijfschef. De krabbel onderaan "Acc 22/3 '41" duidt op een 'Akkoord' (goedkeuring) gegeven op 22 maart, twee dagen voor de geplande bijeenkomst.
Historische Context
Dit document stamt uit maart 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De datum is historisch saillant: het is slechts enkele weken na de Februaristaking (25-26 februari 1941). In deze periode stond het Amsterdamse politiekorps onder zware druk en toezicht van de bezetter.
Grootschalige bijeenkomsten voor "theorie" (mogelijk nieuwe instructies of ideologische vorming onder dwang van de Ordnungspolizei) voor honderden agenten tegelijk waren in deze fase van de oorlog gebruikelijk om de grip op het korps te verstevigen of om nieuwe procedures in de bezette stad door te nemen. Het gebruik van civiele locaties zoals veilinghallen was noodzakelijk omdat reguliere politiebureaus zelden de capaciteit hadden voor groepen van 220 man.