Ambtelijke notitie / concept-advies.
Origineel
Ambtelijke notitie / concept-advies. 1 april 1941. dat een loonende exploitatie van haar bedrijf
voor 1941 niet mogelijk zal ~~wezen~~ blijken te zijn.
Van een verhooging van het
bedrag voor monopoliewinst voor 1941 boven f 400.-
per jaar kan m.i. onder deze omstandigheden geen
sprake zijn. Op grond van de betrekkelijk gunstige
bedrijfsresultaten behaald in 1940 is zij wel bereid
ook voor het eerste halfjaar 1941 een bedrag van
f 200.- voor monopoliewinsten te betalen.
Haar voorstel lijkt mij billijk
en ik geef [u] in overweging te bepalen, dat voor
de N.V. Service de monopoliewinst voor 1941
voorloopig op een basis van f 400.- per jaar
wordt vastgesteld. Vooraf ware terzake het
advies van den Ambtgenoot voor de Financiën
in te winnen.
ag [gevolgd door paraaf]
[Onderste gedeelte in een andere hand:]
U wel te willen bevorderen, dat door
den Regeringscommissaris voor Amsterdam
wordt bepaald.
[paraaf] 1/4 '41 De tekst is een ambtelijk advies betreffende de financiële afdrachten van een bedrijf genaamd "N.V. Service". De kern van het document is een discussie over de hoogte van de 'monopoliewinst' (een specifieke heffing of winstdeling die aan de overheid toekwam) voor het jaar 1941.
De opsteller merkt op dat het bedrijf verwacht in 1941 geen winstgevende exploitatie te kunnen draaien. Daarom wordt geadviseerd de heffing niet te verhogen boven de 400 gulden per jaar. Omdat de resultaten in 1940 wel gunstig waren, is de N.V. bereid voor de eerste helft van 1941 alvast 200 gulden te betalen. De ambtenaar stelt voor dit voorstel te accepteren, mits de afdeling Financiën hiermee instemt. In de marge/onderaan wordt de instructie gegeven om dit formeel te laten vaststellen door de Regeringscommissaris. Het document is gedateerd op 1 april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De verwijzing naar de "Regeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch significant. Na het ontslag van burgemeester De Vlugt in maart 1941, werd Edward Voûte door de bezetter benoemd tot Regeringscommissaris (en later burgemeester) van Amsterdam.
Dit stuk illustreert hoe het dagelijks ambtelijk apparaat en de belastingheffing op bedrijven onder de bezetting doorliepen, waarbij lokale besturen onder direct toezicht stonden van door de bezetter aangestelde commissarissen. De term 'monopoliewinst' duidt op een gereguleerde marktpositie van de betreffende N.V., waarbij de overheid een deel van de overwinst opeiste.