Nota (Afschrift van een officieel rapport)
Origineel
Nota (Afschrift van een officieel rapport) 8 november 1941 De Accountant ter Secretaris van de Gemeente Amsterdam (getekend: Jac. Olie Jr.) No.99/3/3 M.1941 19/11 AFSCHRIFT
No.400 L.M.1941 12/11 No.850/82.7 Fin.1942.
N O T A
betreffende de monopolierechten van de N.V. Service gevestigd op de Centrale Markt.
Bij besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam d.d. 25 April 1941 is het monopolierecht voor de N.V. "Service" voor 1941, rekening houdende met exploitatie-moeilijkheden, voorloopig op een basis van f 400,- per jaar vastgesteld, nadat bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 27 September 1940 vrijstelling was verleend van betaling voor het tweede halfjaar van 1940.
Thans heeft de Directie dezer N.V. zich tot den Directeur van het Marktwezen gericht in een brief d.d. 18 September 1941, waarin zij als haar meening te kennen geeft, op grond van de bedrijfsresultaten van het eerste halfjaar 1941, geen monopolierecht verschuldigd te zijn.
Opgemerkt dient evenwel te worden, dat deze zienswijze noch in overeenkomst, noch in nadere beslissingen van het Gemeentebestuur steun vindt, en dus buiten beschouwing kan blijven.
Er rest dus, na te gaan of de nadere gegevens omtrent de resultaten van het eerste halfjaar van 1941 gronden opleveren voor de herziening van de beslissing d.d. 25 April 1941, hierboven genoemd.
Gezien echter het feit, dat weliswaar het verliessa ldo over het eerste halfjaar van 1941 wordt becijferd op f 199,68, doch dat
1e. de afschrijvingen ruim zijn gecalculeerd, in verband met den contractduur van tien jaren en het optierecht tot verlenging voor den tijd van vijf jaren;
2e. voor deze kleine zaak het honorarium van 2 commissarissen ad f 120,- per jaar elk buiten der verhoudingen moet worden genoemd, (terwijl dit honorarium zóó weinig als wezenlijke vergoeding wordt beschouwd, dat het nimmer is getoucheerd!)ij
3e. onder "loonen" is gerekend op een bedrag ad f 35,- per week voor een "directeur", hetwelk in verband met den kleinen omvang van dit bedrijfje betrekkelijk ruim moet worden genoemd;
4e. daarenboven voor administratieloon per jaar nog wordt gerekend op f 240,-, welke uitgave, in verband met den geringen omvang, en het feit, dat de administratie wordt gevoerd door een gemeente-ambtenaar (P.W.) in zijn vrijen tijd, overbodig moet worden geacht, daar de directeur zeer zeker tijd zal kunnen vinden deze bescheiden werkzaamheden bij een zoo bescheiden opzet van deze zaak te verrichten;
en vervolgens overwegende, dat de Directie van de N.V. "Service" blijkbaar zooveel prijs stelt op het behouden van haar monopolie, dat zij de bestaande overeenkomst wenscht te zien gehandhaafd, en in haar brief van 18 September 1941 zelfs de verwachting uitspreekt, dat door den verkoop van hout en anthraciet voor auto-generatoren de gelegenheid aanwezig zal zijn het bedrijf gaande te houden, mag naar mijn meening de conclusie worden getrokken, dat
a. de vergoeding voor het monopolie alleszins op haar plaats is, en
b. het bedrag van f 400,- per jaar niet te hoog behoeft te worden genoemd, gezien den aard der lasten, waardoor het verliessa ldo mede is ontstaan.
Amsterdam, 8 November 1941.
De Accountant ter Secretaris van de Gemeente Amsterdam,
get. Jac.Olie Jr. * Kern van het document: Een zakelijk-ambtelijke beoordeling door de gemeentelijke accountant over de financiële status van de 'N.V. Service'. Het bedrijf probeert onder de betaling van monopolierechten (concessiegelden) uit te komen door een verlies over de eerste helft van 1941 te rapporteren.
* Argumentatie van de accountant: De accountant veegt het verzoek van tafel. Hij stelt dat het 'verlies' kunstmatig is gecreëerd door te hoge kostenposten op te voeren voor een klein bedrijf ("bedrijfje"). Hij wijst specifiek op:
* Te hoge afschrijvingen.
* Buitenproportionele honoraria voor commissarissen die niet eens worden uitbetaald.
* Een riant salaris voor een directeur en onnodige administratiekosten voor werk dat een ambtenaar in zijn vrije tijd doet.
* Strategisch belang: De accountant merkt op dat het bedrijf ondanks de 'verliezen' koste wat kost het monopolie wil behouden. Dit wijst erop dat het bedrijf toekomstige winst verwacht.
* Taalgebruik: Formeel, zakelijk en bij vlagen kritisch/ironisch (bijv. de uitroeptekens bij het honorarium en de term "bedrijfje"). * Historische context: Het document is gedateerd op 8 november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was het democratische gemeentebestuur van Amsterdam vervangen door een 'Regeeringscommissaris' (Edward Voûte), die direct onder toezicht van de bezetter stond.
* Economische schaarste: Een cruciaal detail in de tekst is de verwijzing naar "hout en anthraciet voor auto-generatoren". Vanwege de enorme brandstoftekorten (benzine was op de bon of alleen voor de Wehrmacht) reden auto's in de oorlogsjaren op houtgas of kolengas via zogenaamde generatoren. De 'N.V. Service' zag hier blijkbaar een lucratieve nieuwe markt op de Centrale Markt in Amsterdam.
* De persoon Jac. Olie Jr.: Jacobus Olie Jr. was een bekende figuur binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat; hij was de zoon van de bekende fotograaf en architect Jacob Olie. In zijn functie als accountant hield hij streng toezicht op de gemeentelijke financiën en de private partijen die concessies van de stad gebruikten.