Doorslag van een officiële brief (typewerk).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (typewerk). 9 december 1941. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). de N.V. Service, Centrale Markt, Amsterdam-West. [Rechtsboven handgeschreven:] W. Rij[...]le
[Rechtsboven getypt:] VD/HG.
de N.V. Service,
Centrale Markt,
Amsterdam-West.
99/3/4 M. 9 December 1941.
Monopolierecht 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 September jl. bericht ik U, dat ik het daarin vervatte verzoek aan het Gemeentebestuur heb voorgelegd, dat mij thans heeft medegedeeld, dat het geen aanleiding kan vinden om op grond van de bedrijfsresultaten over het eerste halfjaar van 1941, kwijtschelding voor het tweede halfjaar van 1941 van monopolierechten, die krachtens het Besluit van den Regeeringscommissaris d.d. 25 April jl. voor het jaar 1941 voorloopig op een basis van ƒ 400,- per jaar werden bepaald, te verleenen.
Ik verzoek U derhalve om op rekening no.74 van het bedrijf der Centrale Markt bij het Gemeentelijke Girokantoor alsnog een bedrag van ƒ 200,- te doen overschrijven.
De Directeur, In deze zakelijke correspondentie wijst de directeur van de Centrale Markt te Amsterdam een verzoek om kwijtschelding af. De geadresseerde, N.V. Service, had gevraagd om vrijstelling van de betaling voor 'monopolierechten' over de tweede helft van 1941, verwijzend naar tegenvallende bedrijfsresultaten in de eerste helft van dat jaar.
Het Gemeentebestuur heeft dit verzoek echter afgewezen. De verschuldigde rechten waren vastgesteld op 400 gulden per jaar. Omdat de kwijtschelding niet wordt verleend, dient de resterende 200 gulden voor het tweede halfjaar alsnog te worden overgemaakt op de rekening van de Centrale Markt bij het Gemeentelijk Girokantoor. De brief dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding van de "Regeeringscommissaris" is hierbij veelzeggend. In maart 1941 werd de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de burgemeester vervangen door een regeringscommissaris (Edward Voûte), die directe controle uitoefende over het stadsbestuur onder toezicht van de bezetter.
De Centrale Markt in Amsterdam-West was het centrale punt voor de groothandel in levensmiddelen. 'Monopolierechten' waren vergoedingen die bedrijven betaalden voor het exclusieve recht om bepaalde diensten of producten binnen het marktterrein aan te bieden. De aanvraag voor kwijtschelding illustreert de economische druk waaronder bedrijven tijdens de oorlogsjaren stonden.