Zakelijke brief / Accountantsverslag.
Origineel
Zakelijke brief / Accountantsverslag. Periode van 1 januari 1941 tot en met 30 juni 1941 (brief waarschijnlijk opgesteld kort na juni 1941). Jules Bromet, Accountant, Amsterdam. JULES BROMET
ACCOUNTANT
AMSTERDAM
==========
Aan de Directie van de
N.V. Centrale Marktservice.
(Centrale Marktdienstverrichting)
A M S T E R D A M.
Mijne Heeren,
Ingevolge Uw opdracht heb ik de balans en
verlies- en winstrekening opgemaakt over de termijn van
1 Januari 1941 tot en met 30 Juni 1941, beide sluitende
met een verliessaldo van Fl. 199.68, waarvan ik U bijgaand
een exemplaar doe toekomen.
Onderstaand laat ik eenige opmerkingen omtrent
deze stukken volgen:
B A L A N S, Debetzijde:
Kas: Het saldo ad Fl. 2690.15 stemt overeen met het bedrag,
dat het kasboek aangeeft.
Debiteuren: Het bedrag van Fl. 18.53 was eind 1940 nog van
de A.P.C. te vorderen.
Olie: De olievoorraden per 30 Juni 1941 werden tegen kostprijs
berekend.
Petroleum: In de voorraad kwam sinds 31 December 1940 geen
verandering. Zij werd tegen kostprijs opgenomen.
Meubilair en materiaal: Afgeschreven werd op een basis van
40% per jaar van de aanschaffingswaarde.
Gebouw: Afgeschreven werd op een basis van 20% per jaar van
de aanschaffingswaarde.
Oprichtingskosten: Afgeschreven werd op een basis van 40%
per jaar van de kosten. Dit document is een formele toelichting op de halfjaarcijfers van de N.V. Centrale Marktservice. De accountant, Jules Bromet, rapporteert een bescheiden verlies van 199,68 gulden over de eerste helft van 1941. Opvallend in de financiële verantwoording zijn de zeer hoge afschrijvingspercentages: 40% voor meubilair en oprichtingskosten en 20% voor het gebouw. Dergelijk hoge percentages kunnen wijzen op een conservatieve boekhouding, een fiscaal gunstige strategie om de belastbare winst te drukken, of een anticiperen op snelle waardevermindering van bezittingen tijdens de oorlog. De vermelding van olie en petroleum suggereert dat het bedrijf actief was in de distributie of opslag van brandstoffen, sectoren die tijdens de bezetting sterk onderhevig waren aan distributieregels. Het document dateert uit 1941, het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De afzender, Jules Bromet, was een Joodse accountant in Amsterdam. Dit document getuigt van het doorgaan van de reguliere zakelijke administratie in een periode waarin de anti-Joodse maatregelen van de bezetter steeds nijpender werden. Voor Joodse professionals zoals Bromet werd het werken in de loop van 1941 steeds verder bemoeilijkt, wat uiteindelijk leidde tot een totaalverbod op hun beroepsuitoefening en deportatie. De brief vormt hiermee een zakelijk-historisch bewijsstuk van het Amsterdamse bedrijfsleven vlak voordat de Joodse gemeenschap volledig uit het maatschappelijk en economisch verkeer werd verstoten.