Officiële brief/circulaire.
Origineel
Officiële brief/circulaire. 2 januari 1941. Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau (P. de Kruijff). Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven. [Stempel linksboven: Wapen van Amsterdam]
Telefoon Toestellen: 43321, 43130, 483, 568, 569, 576
[Paarse stempel/handschrift rechtsboven:] No 100/2/1 M. 1941 3/1
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No. 5/18 G.M.B. Amsterdam, 2 Januari 1941
Gemeentelijk Materialenbureau
Oudezijds Achterburgwal 213 Amsterdam (Centrum)
Aan: Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.
[Handgeschreven aantekening in blauwe inkt:] m. h. J[...] M
Hierbij verzoek ik U beleefd mij zoo spoedig mogelijk een opgave te willen doen toekomen van den voorraad petroleum bij Uw Dienst aanwezig op 31 December j.l.
Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau,
[Signatuur:] P. de Kruijff
[Linksonder:] 2000-'10-'40
[Rechtsonder handgeschreven:] 60 Deze brief is een administratieve circulair vanuit het Gemeentelijk Materialenbureau van de gemeente Amsterdam. De strekking is een formeel verzoek aan alle hoofden van gemeentelijke diensten en bedrijven om een inventarisatie op te geven van hun petroleumvoorraden per de peildatum van 31 december 1940.
De brief is deels voorgedrukt (briefpapier van de gemeente) en deels getypt, waarbij specifieke data en nummers met een typemachine zijn ingevuld. Het document bevat diverse administratieve kenmerken, zoals telefoonnummers van verschillende toestellen, archiefnummers en een handtekening van P. de Kruijff, het toenmalige hoofd van het bureau. De linksonder genoteerde code "2000-'10-'40" duidt waarschijnlijk op de drukdatum en oplage van het gebruikte briefpapier. De datum van de brief, 2 januari 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een toenemende schaarste aan grondstoffen en brandstoffen. Petroleum was essentieel voor onder andere verlichting en verwarming, maar ook voor bepaalde industriële processen.
Om de beperkte middelen te kunnen rantsoeneren en eerlijk te verdelen (of te reserveren voor de bezettingsmacht), was een strakke centrale administratie noodzakelijk. Het Gemeentelijk Materialenbureau speelde hierin een coördinerende rol voor de stad Amsterdam. Dit document illustreert de bureaucratische kant van de oorlogsjaren, waarbij zelfs kleine voorraden nauwkeurig in kaart moesten worden gebracht. De aanduiding "j.l." (jongstleden) verwijst naar 31 december 1940, de dag waarop de gevraagde voorraadopname moest hebben plaatsgevonden. G.M.B. Amsterdam P. de Kruijff Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Deze brief is een administratieve circulair vanuit het Gemeentelijk Materialenbureau van de gemeente Amsterdam. De strekking is een formeel verzoek aan alle hoofden van gemeentelijke diensten en bedrijven om een inventarisatie op te geven van hun petroleumvoorraden per de peildatum van 31 december 1940.
De brief is deels voorgedrukt (briefpapier van de gemeente) en deels getypt, waarbij specifieke data en nummers met een typemachine zijn ingevuld. Het document bevat diverse administratieve kenmerken, zoals telefoonnummers van verschillende toestellen, archiefnummers en een handtekening van P. de Kruijff, het toenmalige hoofd van het bureau. De linksonder genoteerde code "2000-'10-'40" duidt waarschijnlijk op de drukdatum en oplage van het gebruikte briefpapier.
Historische Context
De datum van de brief, 2 januari 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een toenemende schaarste aan grondstoffen en brandstoffen. Petroleum was essentieel voor onder andere verlichting en verwarming, maar ook voor bepaalde industriële processen.
Om de beperkte middelen te kunnen rantsoeneren en eerlijk te verdelen (of te reserveren voor de bezettingsmacht), was een strakke centrale administratie noodzakelijk. Het Gemeentelijk Materialenbureau speelde hierin een coördinerende rol voor de stad Amsterdam. Dit document illustreert de bureaucratische kant van de oorlogsjaren, waarbij zelfs kleine voorraden nauwkeurig in kaart moesten worden gebracht. De aanduiding "j.l." (jongstleden) verwijst naar 31 december 1940, de dag waarop de gevraagde voorraadopname moest hebben plaatsgevonden.