Ambtsbrief (doorslag)
Origineel
Ambtsbrief (doorslag) 7 februari 1941 De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst) Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Alhier Extra [handgeschreven]
HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
100/3/3 M. 7 Februari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 Februari jl. (No. S.I. 865/111 B<sup>II</sup>) bericht ik U, dat op 1 Februari 1941 bij mijn dienst 572 liter benzine in voorraad was, terwijl geen geblokkeerde voorraad aanwezig was.
De Directeur, De brief is een korte, zakelijke rapportage over de aanwezige brandstofvoorraad van een specifieke gemeentelijke dienst. De directeur van deze dienst meldt aan de Stadsingenieur (in diens hoedanigheid als voorzitter van de "Kleine Benzinecommissie") dat er op 1 februari 1941 exact 572 liter benzine in voorraad was. Belangrijk hierbij is de toevoeging dat er geen sprake was van een "geblokkeerde voorraad" (voorraad die voor specifieke doeleinden gereserveerd was of door hogere instanties was bevroren). Het document dateert uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Brandstoffen zoals benzine waren in deze periode uiterst schaars en werden streng gerantsoeneerd.
De oprichting van organen zoals de "Kleine Benzinecommissie" wijst op een strakke centrale controle op het verbruik binnen het gemeentelijk apparaat. Dergelijke commissies moesten toezien op een eerlijke verdeling van de schaarse brandstof over essentiële diensten. Het feit dat voorraden tot op de liter nauwkeurig gerapporteerd moesten worden, onderstreept de nijpende tekorten en de bureaucratische controle die de bezettingstijd kenmerkte. De term "geblokkeerde voorraad" refereert waarschijnlijk aan brandstof die onder de directe distributiebepalingen van de bezetter viel of voor noodhulp gereserveerd was.
Samenvatting
De brief is een korte, zakelijke rapportage over de aanwezige brandstofvoorraad van een specifieke gemeentelijke dienst. De directeur van deze dienst meldt aan de Stadsingenieur (in diens hoedanigheid als voorzitter van de "Kleine Benzinecommissie") dat er op 1 februari 1941 exact 572 liter benzine in voorraad was. Belangrijk hierbij is de toevoeging dat er geen sprake was van een "geblokkeerde voorraad" (voorraad die voor specifieke doeleinden gereserveerd was of door hogere instanties was bevroren).
Historische Context
Het document dateert uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Brandstoffen zoals benzine waren in deze periode uiterst schaars en werden streng gerantsoeneerd.
De oprichting van organen zoals de "Kleine Benzinecommissie" wijst op een strakke centrale controle op het verbruik binnen het gemeentelijk apparaat. Dergelijke commissies moesten toezien op een eerlijke verdeling van de schaarse brandstof over essentiële diensten. Het feit dat voorraden tot op de liter nauwkeurig gerapporteerd moesten worden, onderstreept de nijpende tekorten en de bureaucratische controle die de bezettingstijd kenmerkte. De term "geblokkeerde voorraad" refereert waarschijnlijk aan brandstof die onder de directe distributiebepalingen van de bezetter viel of voor noodhulp gereserveerd was.