Dienstbrief/Circulaire betreffende benzinevoorraad.
Origineel
Dienstbrief/Circulaire betreffende benzinevoorraad. 29 April 1941. Dienst der Publieke Werken Amsterdam, Bureau Stadsingenieur (ondertekend door de Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie). Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven. No. 100 / 3/10 M. 1941 30/4
Dienst der Publieke Werken Amsterdam
Bureau Stadsingenieur.
S.I. 2715/111 B II
29 April 1941
Aan Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.
[Handgeschreven notitie: u.i.th jonkman (met Hr. Brouwer)]
Hiermede verzoek ik U, mij de onderstaande gegevens te willen verstrekken:
1. de totale hoeveelheid benzine, welke bij Uw Dienst/Bedrijf aanwezig was op 1 Mei 1941 des morgens voor den aanvang van den dienst (hoeveelheid in tanks van auto's, motorfietsen, vaartuigen e.d. niet medegerekend).
2. de hoeveelheid benzine, welke op dat tijdstip was geblokkeerd, hetzij door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam, of door het Gemeentelijk Materialenbureau;
3. de hoeveelheid benzine, waarvoor reeds bestelbonnen resp. couponkaarten bij de Bataafsche Import Mij N.V. zijn ingeleverd, doch welke hoeveelheid op 1 Mei d.s. morgens nog niet is betrokken.
Opgave van de eventueel van Rijkswege verzegelde hoeveelheid benzine is niet noodig.
Uw opgave zie ik gaarne uiterlijk Maandag 5 Mei a.s. tegemoet.
P
De Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
[Handtekening: W. Heemskerk?] Het document is een officiële aanvraag van de 'Kleine Benzinecommissie' van de gemeente Amsterdam gericht aan de hoofden van de verschillende gemeentediensten. Het doel is een nauwkeurige inventarisatie van de op dat moment beschikbare brandstofvoorraden per 1 mei 1941.
Er worden drie specifieke datapunten opgevraagd:
1. De vrije voorraad: Benzine in opslag (exclusief wat al in voertuigen zit).
2. De geblokkeerde voorraad: Brandstof die wel fysiek aanwezig is, maar onder administratief beslag ligt van hogere instanties.
3. De bestelde voorraad: Brandstof die al betaald of besteld is (via coupons bij de Bataafsche Import Mij, de voorloper van Shell), maar nog geleverd moet worden.
De brief toont een strakke administratieve controle aan, waarbij voorraden "van Rijkswege verzegeld" buiten de rapportage vallen, wat duidt op verschillende lagen van beheer en beslaglegging op schaarse middelen. Deze brief dateert van april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De schaarste aan grondstoffen en brandstof was op dat moment nijpend. Benzine was een strategisch goed dat door de bezetter streng werd gerantsoeneerd voor civiel en lokaal overheid gebruik.
De oprichting van organen zoals de "Kleine Benzinecommissie" binnen de Dienst der Publieke Werken was een direct gevolg van deze schaarste. De gemeente Amsterdam moest elke liter verantwoorden en herverdelen om essentiële diensten (zoals reiniging, brandweer of ziekenvervoer) draaiende te houden. De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" (een functie ingesteld door de bezetter) en de "Bataafsche Import Mij" illustreert de complexe situatie waarin de gemeentelijke bureaucratie opereerde: tussen de druk van de bezettingsmacht, de landelijke distributieregels en de dagelijkse behoefte van de stad. W. Heemskerk Gemeente Amsterdam Publieke Werken