Handgeschreven administratieve notitie op los papier.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie op los papier. 17 september 1941 (verwijzend naar 1 april 1941). 1 april 41 voorr. 492 L
waarmede m.i. is
bedoeld 250 L bij Prent
242 L B15
vervolgens opgev. 242 L
+ 250 L
bij mij geen benzine
in voorraad
17-9-’41 Het document is een interne verantwoording of correctie betreffende de brandstofvoorraad aan het begin van het boekjaar of een specifieke rapportageperiode (1 april 1941).
De schrijver tracht een gerapporteerd totaal van 492 liter ("voorr." staat voor voorraad) te verklaren. Volgens de schrijver ("m.i." staat voor mijns inziens) bestaat dit bedrag uit twee delen: 250 liter die zich bij een zekere "Prent" bevinden en 242 liter gekoppeld aan de code "B15".
Onderaan de notitie, gedateerd op 17 september 1941, verklaart de schrijver expliciet dat er op dat moment bij hem/haar persoonlijk geen benzine meer in voorraad is. De notitie dient waarschijnlijk als bewijsstuk voor een accountant of controleur om aan te tonen waar de eerder opgegeven liters zijn gebleven of wie daarvoor verantwoordelijk is. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Benzine was in 1941 een schaars en strikt gerantsoeneerd goed. Bedrijven en particulieren waren verplicht nauwkeurige voorraadadministraties bij te houden voor de distributiediensten.
Onjuistheden in de voorraadopgave konden leiden tot zware straffen of beschuldigingen van zwarte handel. De noodzaak om specifiek aan te duiden dat voorraad "bij Prent" lag en dat de schrijver zelf niets meer in bezit had, suggereert een administratieve controle of een overdracht van verantwoordelijkheid in een tijd van schaarste.
Samenvatting
Het document is een interne verantwoording of correctie betreffende de brandstofvoorraad aan het begin van het boekjaar of een specifieke rapportageperiode (1 april 1941).
De schrijver tracht een gerapporteerd totaal van 492 liter ("voorr." staat voor voorraad) te verklaren. Volgens de schrijver ("m.i." staat voor mijns inziens) bestaat dit bedrag uit twee delen: 250 liter die zich bij een zekere "Prent" bevinden en 242 liter gekoppeld aan de code "B15".
Onderaan de notitie, gedateerd op 17 september 1941, verklaart de schrijver expliciet dat er op dat moment bij hem/haar persoonlijk geen benzine meer in voorraad is. De notitie dient waarschijnlijk als bewijsstuk voor een accountant of controleur om aan te tonen waar de eerder opgegeven liters zijn gebleven of wie daarvoor verantwoordelijk is.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Benzine was in 1941 een schaars en strikt gerantsoeneerd goed. Bedrijven en particulieren waren verplicht nauwkeurige voorraadadministraties bij te houden voor de distributiediensten.
Onjuistheden in de voorraadopgave konden leiden tot zware straffen of beschuldigingen van zwarte handel. De noodzaak om specifiek aan te duiden dat voorraad "bij Prent" lag en dat de schrijver zelf niets meer in bezit had, suggereert een administratieve controle of een overdracht van verantwoordelijkheid in een tijd van schaarste.