Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten).
Origineel
Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten). 18 juli 1941. No.46/1a H.1941. [handgeschreven:] 279Gm. 1941
Commissie voor de smeeroliën.
[handgeschreven:] Marktw. [onleesbaar signum] Joukman
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam.
Vrijdag, 18 Juli 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Handelsinrichtingen neemt de Regeerings-
commissaris voor Amsterdam het volgende besluit:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam;
Gezien het schrijven van den Stadsingenieur, dd. 9 Juli 1941, No. S.I.4774/114
betreffende een wijziging van de instructie van de Commissie voor de Smeeroliën;
B e s l u i t :
I. te bepalen, dat, in afwijking van het besluit van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam, dd. 21 Februari 1941, No. 342 A.Z., aan de Commissie voor de Smeeroliën, bij dat besluit ingesteld, wordt opgedragen:
a. den gemeentelijken diensten en bedrijven behulpzaam te zijn bij het aanvragen van toewijzingen voor smeermiddelen aan het Rijksbureau voor Aardolieproducten en andere daarvoor aangewezen instanties;
b. maatregelen te beramen, welke kunnen leiden tot een besparing op het verbruik van smeermiddelen;
c. te bevorderen, dat het verzamelen en regenereeren van gebruikte smeermiddelen op de meest intensieve wijze geschiedt.
II. te bepalen, dat punt II van meergenoemd besluit onveranderd van kracht blijft en dat alle aanvragen aan en onderhandelingen met het Rijksbureau via de Commissie voor de Smeeroliën dienen te geschieden.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Handelsinrichtingen (3 stuks), Algemeene Zaken (5 stuks), Gemeentebedrijven (8 stuks) en voorts aan alle afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks), den Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau.
C.S. Stadhuis Voor eensluidend extract,
A'dam 7- de Gemeentesecretaris,
[Stempel:] Nº 100/5/18 M. 1941 ^2/8 (get.) J. F. FRANKEN Dit document is een administratieve verordening die de taken van de "Commissie voor de smeeroliën" herdefinieert tijdens de Duitse bezetting van Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Centralisatie: Alle aanvragen voor smeermiddelen door gemeentelijke instanties moeten voortaan via één commissie lopen. Deze commissie fungeert als tussenpersoon naar het landelijke "Rijksbureau voor Aardolieproducten".
- Schaarstebeheer: Het besluit legt de nadruk op drie overlevingsstrategieën voor de oorlogseconomie: efficiënte distributie (toewijzingen), actieve besparing en recycling ("regenereeren").
- Bestuurlijke verschuiving: Het document vermeldt een afwijking van een eerder besluit van "Burgemeester en Wethouders" (februari 1941). Dit illustreert de machtsovername door de "Regeeringscommissaris" (Edward Voûte), die de bevoegdheden van het democratisch gekozen college van B&W had overgenomen onder toezicht van de bezetter. In de zomer van 1941 was de schaarste aan grondstoffen in het bezette Nederland nijpend geworden. Aardolieproducten waren essentieel voor de industrie en het transport, maar werden streng gerantsoeneerd door de Rijksbureaus.
De instelling van dergelijke commissies was noodzakelijk om te voorkomen dat verschillende gemeentediensten met elkaar zouden concurreren om de beperkte voorraden. Het "regenereeren" van olie (het filteren en opnieuw bruikbaar maken van afgewerkte olie) was een typisch fenomeen van de oorlogstijd, bedoeld om de afhankelijkheid van importen te verkleinen. De datum, juli 1941, valt net na de inval van Duitsland in de Sovjet-Unie (Operatie Barbarossa), een moment waarop de brandstofvoorziening in bezet Europa nog verder onder druk kwam te staan.