Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 267
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk rapport/adviesbrief.

13 januari 1939.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk rapport/adviesbrief. 13 januari 1939. vasten plaatshouder.
Onverantwoordelijk is het m.i. bovendien zoo’n
jeugdigen zoon als zelfstandig koopman met
een uitgebreiden manufacturenhandel de markt
te doen bezoeken, terwijl niet eens behoorlijk
door verzoeker is gecontroleerd in hoeverre de
magazijnvoorraad klopte met den boekvoorraad,
terwijl toch gemakkelijk door den zoon, die dage-
lijks zijn moeder op de Albert Cuypstraatmarkt
assisteerde en den handel verzorgde, nagegaan had
kunnen worden of er handel ontbrak!
M.i. dient het verzoek dan ook niet te worden in-
gewilligd, terwijl bovendien de plaats wegens
schuld (5 x f 1.35 = f 6.75) behoort te worden ingetrokken.
Ten slotte zij opgemerkt, dat, als de heer Vischjager
zoo gaarne wenscht, dat zijn zoon een plaats op de
A.C. markt bezet, zulks thans mogelijk is, omdat
hij den achttienjarigen leeftijd heeft bereikt en dus
als losse plaatshouder dagelijks in aanmerking kan
komen voor een plaats.

Amsterdam, 13 Jan. ’39
(w.g.) [Handtekening] De tekst is een kritisch ambtelijk advies betreffende een vergunningsaanvraag voor een marktplaats. De schrijver uit zijn bedenkingen over de verantwoordelijkheid van de aanvrager (de heer Vischjager). De kernpunten van bezwaar zijn:
1. Gebrekkige administratie: Er is een discrepantie tussen de magazijnvoorraad en de boekvoorraad die niet gecontroleerd is.
2. Financiële schuld: Er staat een bedrag open van 6,75 gulden (berekend als 5 dagen staangeld van 1,35 gulden per dag), wat reden is om de huidige plaats in te trekken.
3. Leeftijd en status: Hoewel de schrijver het huidige verzoek afraadt, merkt hij op dat de zoon nu 18 jaar is en daarom wel als "losse plaatshouder" (een dagelijkse vergunning zonder vaste plek) kan opereren op de Albert Cuypmarkt. Dit document biedt een inkijkje in de strenge regulering van de Amsterdamse straathandel in de jaren 30. De Albert Cuypmarkt was toen, net als nu, een centrale handelsplek. De toon van de brief is bureaucratisch en vermanend, wat typerend is voor de interactie tussen markttoezicht en kooplui in die periode. De naam 'Vischjager' komt veelvuldig voor in de annalen van de Amsterdamse (vaak Joodse) marktkooplieden uit die tijd. Gezien de datum (januari 1939) bevindt dit dossier zich aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin de regels voor marktkooplieden in Amsterdam nog strikter zouden worden onder de naderende bezetting.

Samenvatting

De tekst is een kritisch ambtelijk advies betreffende een vergunningsaanvraag voor een marktplaats. De schrijver uit zijn bedenkingen over de verantwoordelijkheid van de aanvrager (de heer Vischjager). De kernpunten van bezwaar zijn:
1. Gebrekkige administratie: Er is een discrepantie tussen de magazijnvoorraad en de boekvoorraad die niet gecontroleerd is.
2. Financiële schuld: Er staat een bedrag open van 6,75 gulden (berekend als 5 dagen staangeld van 1,35 gulden per dag), wat reden is om de huidige plaats in te trekken.
3. Leeftijd en status: Hoewel de schrijver het huidige verzoek afraadt, merkt hij op dat de zoon nu 18 jaar is en daarom wel als "losse plaatshouder" (een dagelijkse vergunning zonder vaste plek) kan opereren op de Albert Cuypmarkt.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de strenge regulering van de Amsterdamse straathandel in de jaren 30. De Albert Cuypmarkt was toen, net als nu, een centrale handelsplek. De toon van de brief is bureaucratisch en vermanend, wat typerend is voor de interactie tussen markttoezicht en kooplui in die periode. De naam 'Vischjager' komt veelvuldig voor in de annalen van de Amsterdamse (vaak Joodse) marktkooplieden uit die tijd. Gezien de datum (januari 1939) bevindt dit dossier zich aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin de regels voor marktkooplieden in Amsterdam nog strikter zouden worden onder de naderende bezetting.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6