Dienstbrief van het Gemeentelijk Materialenbureau te Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van het Gemeentelijk Materialenbureau te Amsterdam. 22 november 1941. Ir. E. de Kruijff, Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau. [Stempel/Handschrift bovenin:]
№ 100/7/23 M. 1941 25/11
[Linksboven:]
Telefoon 43321, 43130
Toestellen 568, 569, 576
No. 10/252
Bijlagen: circ. 87
[Rechtsboven:]
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden.
Amsterdam, 22 Nov. 194.... 1.
Gemeentelijk Materialenbureau
Oudezijds Achterburgwal 213 Amsterdam (Centrum)
[Handschrift rechts:]
m.i. Dir
Th. Jonker
Aan:
Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.
Tengevolge van de steeds nijpender wor-
dende kolenpositie heeft de Burgemeester bij
besluit van 21 November 1941 besloten, ten
einde het kolenverbruik bij de verschillende
Gemeentediensten en -bedrijven nog verder te
verminderen, de diverse ketelinstallaties aan
een nauwkeurig warmte-technisch onderzoek te
onderwerpen.
Voor dit doel is een overeenkomst aange-
gaan met het Ontwerp- en Adviesbureau voor
Warmtetechniek, P.W. Deerns w.i.
Als gevolg van deze overeenkomst zijn
door genoemd bureau te mijner beschikking ge-
steld de Heeren Ir. v.d. Wal en Teller.
Beleefd verzoek ik U het betrokken ketel-
huispersoneel wel te willen opdragen genoemde
Heeren t.z.t. bij hun onderzoekingen alle mo-
gelijke hulp te verleenen.
[Linksonder:]
NdW.
C.S. Stadhuis,
A'dam, 11-'41
Het Hoofd van het
Gemeentelijk Materialenbureau,
Ir. E. de Kruijff.
[Voetnoot:]
2000-6-'41 [Linksonder]
100 [Rechtsonder] Dit document is een officiële interne mededeling van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de aankondiging van een technisch onderzoek naar de efficiëntie van ketelinstallaties in gemeentelijke gebouwen.
De belangrijkste elementen zijn:
1. De aanleiding: Een "steeds nijpender wordende kolenpositie". Dit verwijst direct naar de brandstofschaarste die ontstond doordat de bezetter grote hoeveelheden grondstoffen opeiste voor de eigen oorlogsindustrie.
2. De actie: Het inschakelen van een extern bureau (P.W. Deerns) om warmtetechnisch onderzoek te doen. Dit toont aan dat de gemeente inzette op technische optimalisatie om te kunnen blijven functioneren met minder middelen.
3. De betrokkenen: De brief is ondertekend door Ir. E. de Kruijff. De handgeschreven aantekening rechtsboven ("Th. Jonker") verwijst waarschijnlijk naar de toenmalige directeur van de Gemeentetram of een andere grote dienst die de instructie moest verwerken. In november 1941 bevond Nederland zich ruim anderhalf jaar onder Duitse bezetting. De winter van 1941-1942 was streng, en de schaarste aan steenkool begon kritieke vormen aan te nemen. Kolen waren niet alleen nodig voor de verwarming van huizen, maar ook voor de elektriciteitsproductie en de werking van gemeentelijke diensten (zoals ziekenhuizen, trams en waterbedrijven).
Het Gemeentelijk Materialenbureau speelde een cruciale rol in de distributie van de schaarse goederen die nog beschikbaar waren. Het bureau P.W. Deerns, dat in de brief wordt genoemd, is een nog steeds bestaand Nederlands ingenieursbureau (opgericht in 1928) dat destijds gespecialiseerd was in verwarmingstechnieken.
De brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid van de bezettingstijd: ondanks de oorlogssituatie bleven de formele communicatielijnen en de technische professionaliteit van het gemeentelijk apparaat in stand, in een poging de stad draaiende te houden onder extreme beperkingen.