Dienstbrief / Circulaire
Origineel
Dienstbrief / Circulaire 16 april 1941 Gemeentelijk Materialenbureau, Amsterdam (Oudezijds Achterburgwal 213) [Stempel/Handgeschreven bovenaan:] No 100 / 7 / 3 11. 1941 17/4
[Briefhoofd:]
[Wapen van Amsterdam]
Telefoon 43321, 43130 Verzoeke bij beantwoording datum en
Toestellen 483, 568, 569, 576 nummer van dezen brief te vermelden
No. 10/57 G.M.B. Amsterdam, 16 April 1941
Gemeentelijk Materialenbureau
Oudezijds Achterburgwal 213 Amsterdam (Centrum)
Aan: Heeren Hoofden van Diensten en
Bedrijven.
[Handgeschreven aantekening in de kantlijn, mogelijk paraaf of korte instructie, slecht leesbaar]
[Tekst:]
Bijgaand formulier No. 152 betref-
fende Uw brandstoffenvoorziening gedurende de
maand Mei 1941 ontvang ik gaarne uiterlijk
Maandag 21 April a.s. in triplo ingevuld en
onderteekend terug.
Voor zoover door U voor industrieele
doeleinden magernootjes 4 en/of 5 gebruikt wor-
den, gelieve U mij, ingevolge verzoek van het
Rijksholenbureau, per brief op te geven:
1. of U magernootjes 4 dan wel magernootjes 5
gebruikt;
2. voor welk doel deze magernootjes door U
worden gebruikt;
3. indien dit voor een zuiggas-generator is,
wat daarvan het merk en het bouwjaar is;
4. of deze generator door U wordt gebruikt ter
opwekking van gas voor een zuiggas-motor dan
wel voor andere doeleinden.
In het laatste geval gelieve U mij op te geven
om welke apparatuur het gaat;
5. wanneer de generator door U in bedrijf werd
gesteld.
Het Hoofd v/h Gem. Materialenbureau,
[Signatuur]
P. de Kruijff
[Linksonder:] 2000-10-'40 Deze brief is een administratieve aanvraag in het kader van de schaarse middelenverdeling tijdens de Duitse bezetting. Het Gemeentelijk Materialenbureau fungeert hier als tussenpersoon voor het Rijkskolenbureau.
De kernpunten van de brief zijn:
1. Brandstofdistributie: Het opvragen van de behoefte aan brandstoffen voor de maand mei 1941 via een gestandaardiseerd formulier (No. 152).
2. Specifieke Brandstof: Er wordt specifiek gevraagd naar het gebruik van "magernootjes 4 en/of 5". Dit zijn specifieke maten van anthraciet (magere kool), die vaak werden gebruikt voor kleinschalige industriële processen of verwarming.
3. Zuiggas-generatoren: Er is een opvallende focus op het inventariseren van zuiggas-generatoren (ook wel houtgas- of kolengasgeneratoren). De overheid wilde precies weten waar deze apparaten stonden, welk merk ze waren en waarvoor ze werden ingezet. Dit duidt op een strenger wordende controle op alternatieve energiebronnen door de bezetter en de Nederlandse distributie-organen. Ten tijde van dit schrijven (april 1941) bevond Nederland zich bijna een jaar onder Duitse bezetting. De schaarste aan vloeibare brandstoffen (benzine en diesel) was inmiddels nijpend, aangezien de Wehrmacht vrijwel alle voorraden opeiste voor de oorlogsvoering.
Als gevolg hiervan moesten bedrijven en overheidsdiensten massaal overstappen op alternatieven. De zuiggas-generator werd een essentieel hulpmiddel: hiermee kon gas worden opgewekt uit vaste brandstoffen zoals hout, turf of in dit geval kleine kolen (magernootjes), om motoren aan te drijven of machines te verhitten.
Het Rijksholenbureau (vermeld in de tekst) was het centrale orgaan dat toezag op de verdeling van de schaarse kolenvoorraden. De gedetailleerde vragenlijst in de brief toont aan dat de centrale overheid volledige grip probeerde te krijgen op de beschikbare energie-infrastructuur in de stad Amsterdam. De eis om documenten "in triplo" (in drievoud) aan te leveren is typerend voor de toenemende bureaucratisering van de distributie tijdens de oorlogsjaren.