Archiefdocument
Origineel
30 augustus 1941 (datum referentiebrief), 4 september 1941 (interne vraag), 6 september 1941 (besluit), 12 september 1941 (doorzending). Waarschijnlijk een afdeling binnen het Ministerie van Algemene Zaken (ondertekend met "D.D."). Vermeldt "Mr. Duinhoven" in de interne kantlijn. [Stempel linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. - No. 100/27/1, 1931
DOORGEZONDEN: 12/9-'41.
[Notitie rechtsboven]
Mr. Duinhoven!
Moet dit nog
beantwoord worden?
4/9-'41
[onleesbare paraaf, mogelijk 'H']
[Middensectie, deels in rode inkt]
100/27/2 [in rood]
6/9/41 [paraaf]
geen gebruik
maken van
de aanbieding
[paraaf, mogelijk 'HJ']
[Hoofdtekst]
Naar aanleiding van Uw brief d.d.
30 Augs 1941 no. S.I. 5120/111, heb ik de eer U te
berichten, dat mijn dienst van de daarin ver-
vatte aanbieding geen gebruik zal maken.
D.D.
[Gedrukte tekst linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een typisch voorbeeld van de ambtelijke gang van zaken in Nederland tijdens de bezettingsjaren. Het is een formeel antwoord ("D.D.") op een eerdere aanbieding (brief van 30 augustus 1941, kenmerk S.I. 5120/111).
- Procesgang: Eerst wordt intern gevraagd of er nog een antwoord nodig is (4 september). Vervolgens wordt besloten om geen gebruik te maken van de aanbieding (6 september). De uiteindelijke brieftekst wordt opgesteld en ondertekend met "D.D." (mogelijk staande voor Dienst-Directeur of een specifieke functionaris). Tenslotte wordt het document op 12 september administratief verwerkt ("doorgezonden").
- Referenties: De rode inkt "100/27/2" duidt op een vervolgnummer in een dossier, waarbij de stempel "100/27/1" waarschijnlijk naar het voorgaande stuk verwijst.
- Formulering: De zinsnede "heb ik de eer U te berichten" is de standaard hoofse en formele taal voor de Nederlandse overheid uit die periode. Dit document stamt uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Het ministerie van Algemene Zaken ("Alg. Zaken") bleef functioneren onder toezicht van de bezetter, maar behield veel van zijn bureaucratische vormen.
De "aanbieding" waarover gesproken wordt, blijft ongespecificeerd in dit document, maar het kenmerk "S.I. 5120/111" zou in een volledig archiefonderzoek kunnen wijzen naar een specifieke dienst of extern bedrijf. Het feit dat er geen gebruik van wordt gemaakt, wijst op een reguliere administratieve afhandeling van ongevraagde of niet-passende voorstellen aan de overheid. Het modelformulier uit 1937 toont aan dat men nog steeds gebruikmaakte van de vooroorlogse kantoormiddelen.