Ambtsbrief/Memorandum (doorslag)
Origineel
Ambtsbrief/Memorandum (doorslag) 13 maart 1941 De Directeur van de Dienst van het Marktwezen (Amsterdam) Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau, Amsterdam intra [handgeschreven]
J/HG.
het Hoofd van het Gemeentelijk
Materialenbureau,
O.Z. Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
100/9/2 M. 13 Maart 1941.
Zooals U reeds telefonisch werd opgegeven bedroeg de voor-
raad gekookte lijnolie bij mijn dienst op 11 Maart 1941 6 liter.
Andere der door U genoemde grondstoffen zijn niet aanwezig.
De Dienst van het Marktwezen is niet ingeschreven bij het
Rijksbureau voor Chemische Producten.
De Directeur, In dit korte schrijven rapporteert de directeur van de Dienst van het Marktwezen over de zeer beperkte voorraad gekookte lijnolie (slechts 6 liter) binnen zijn dienst. De brief dient als schriftelijke bevestiging van een eerder telefoongesprek. Opvallend is de melding dat andere gevraagde grondstoffen ontbreken en dat de dienst niet geregistreerd staat bij het Rijksbureau voor Chemische Producten. Dit wijst op een formele verantwoording van schaarse middelen en een afbakening van administratieve verantwoordelijkheden tussen verschillende gemeentelijke en landelijke instanties. Het document dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen snel toe. De genoemde instanties, zoals het Gemeentelijk Materialenbureau en het Rijksbureau voor Chemische Producten, speelden een cruciale rol in de distributie en het beheer van schaarse materialen onder toezicht van de bezetter. Lijnolie was een essentiële grondstof voor onder andere verf en onderhoud, en de strikte registratie van zelfs kleine hoeveelheden (zoals de 6 liter in dit document) illustreert de verregaande distributie- en controlemaatregelen tijdens de oorlogsjaren. De vermelding van "Wijk 3" refereert aan de indeling van Amsterdam voor administratieve doeleinden. O.Z. Achterburgwal Marktwezen Rijksbureau
Samenvatting
In dit korte schrijven rapporteert de directeur van de Dienst van het Marktwezen over de zeer beperkte voorraad gekookte lijnolie (slechts 6 liter) binnen zijn dienst. De brief dient als schriftelijke bevestiging van een eerder telefoongesprek. Opvallend is de melding dat andere gevraagde grondstoffen ontbreken en dat de dienst niet geregistreerd staat bij het Rijksbureau voor Chemische Producten. Dit wijst op een formele verantwoording van schaarse middelen en een afbakening van administratieve verantwoordelijkheden tussen verschillende gemeentelijke en landelijke instanties.
Historische Context
Het document dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen snel toe. De genoemde instanties, zoals het Gemeentelijk Materialenbureau en het Rijksbureau voor Chemische Producten, speelden een cruciale rol in de distributie en het beheer van schaarse materialen onder toezicht van de bezetter. Lijnolie was een essentiële grondstof voor onder andere verf en onderhoud, en de strikte registratie van zelfs kleine hoeveelheden (zoals de 6 liter in dit document) illustreert de verregaande distributie- en controlemaatregelen tijdens de oorlogsjaren. De vermelding van "Wijk 3" refereert aan de indeling van Amsterdam voor administratieve doeleinden.