Afschrift van een getypte brief.
Origineel
Afschrift van een getypte brief. 7 maart 1941. G. Dijkstra, Weegbreestraat 9, Amsterdam (N). AFSCHRIFT. Amsterdam, 7/3-1941.
Meheer wilt u zoo goed zijn om mij andwoord te geven. ik heb van
u een Rijks,vergunning No.30284 en ik mag in amsterdam niet meer
venten nu wou ik u vragen mag ik dan volgend de wet wel huis
aan huis bellen en vragen als er wat te koop is want hier in
amsterdam zij er 3 koopmanen dat is Mauriks en Steenman die gaan
huis aan huis en zij zeggen als dat zij hun vaste klanten gaan hoo-
ren als het verboden is om de venten wil u mij dan inlichting ge-
ven of ik opkoopen mag en aan huis aan huis mag vragen ik ben u
dnakbaar als u mij daar op andwoord? dan kan ik mij kost ook op
halen of anders moet ik mij vergunning opzeggen ik hoop op u dier-
ek andwoord met dank van mij?
Hoogachtend
G.Dijkstra,
Weegbreestraat 9
Amsterdam (N)
VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT,
[Stempel: ... Bureau ...] * Taalgebruik: De brief is geschreven in een eenvoudige, fonetische stijl met diverse spelfouten ("Meheer", "andwoord", "dnakbaar", "dierek"). Dit wijst erop dat de afzender waarschijnlijk een ambachtsman of kleine zelfstandige was met beperkt formeel onderwijs.
* Kern van de vraag: De schrijver bezit een nationale vergunning (Rijksvergunning), maar mag door lokale verordeningen niet meer 'venten' (langs de deuren verkopen) in Amsterdam. Hij probeert een juridisch achterpoortje te vinden: mag hij wel langs de deuren gaan om spullen op te kopen?
* Concurrentie: Hij noemt specifiek andere kooplieden (Mauriks en Steenman) die de regels omzeilen door te claimen dat zij slechts hun "vaste klanten" bezoeken.
* Economische noodzaak: De laatste zinnen ("dan kan ik mij kost ook op halen of anders moet ik mij vergunning opzeggen") onderstrepen de precaire economische situatie van de schrijver. Zonder deze activiteit heeft de vergunning voor hem geen waarde en verliest hij zijn inkomen. * Tijdsgewricht: Maart 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is vlak na de Februaristaking. De economische omstandigheden waren zwaar en de regeldruk vanuit zowel de bezetter als het lokale bestuur nam toe.
* Venten en Handel: Tijdens de bezetting werden straathandel en het opkopen van goederen (zoals metalen, lompen of tweedehands spullen) steeds strenger gereguleerd. Dit werd deels gedaan om de distributie van schaarse goederen te controleren en deels om bepaalde groepen (zoals Joodse handelaren) uit het economische leven te weren, hoewel uit deze specifieke brief geen directe segregatie blijkt.
* Locatie: De Weegbreestraat in Amsterdam-Noord (Disteldorp) was een typische volksbuurt. Het document is een 'afschrift', wat betekent dat de originele brief door de politie of een gemeentelijke instantie is gekopieerd voor administratieve verwerking of bewijsvoering in een dossier over vergunningen.