Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 287
Dossier 26
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk rapport / Dienstbrief.

10 januari 1939 (met kanttekening van 11 januari 1939).

Origineel

Ambtelijk rapport / Dienstbrief. 10 januari 1939 (met kanttekening van 11 januari 1939). [Bovenaan, paars stempel:]
№ 25/6/1 M. 1939 16/1

[Rechtsboven, kader:]
1 / te zenden aan onderstaande kooplieden.

[Linksboven:]
Onderwerp:
Open bak of kist bij niet aanwezig.
(Albert Cuijpstraat).

[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

[Hoofdtekst:]
De navolgende kooplieden waren niet in het bezit van een af te sluiten bak of kist voor het deponeren van marktafval:

  1. 25/6/2 G.W.B. J.A. Goldstein — J. v.d. Heijdenstr. 32 4
  2. 3 W/1 V. Volkers — Gov. Flinckstr. 148 II
  3. 4 W.G. G. v. Gracht — Gov. Flinckstr. 210 4
  4. 5 W.G. S. Morpurgo — Th. Schwartzepplein 17 II
  5. 16 N/o [doorgehaald: J. Kapper] M. Kappers — Ger. Doustraat 102 I
  6. 102 J.H. Kuytenburg — van Woustraat 138 III
  7. 1/74 M.C. Philippus — Alb. Cuypstr. 219 III (inw.)
  8. 1/7 L. Schnitzler — Gov. Flinckstr. 344 I
  9. 1/32 R. de Haan — Transvaalkade 52 bv.
  10. 2/96 P. Bolle — Valkenburgerstr. 83 II
  11. 7/5 H. Salomon — Sarphatipark 20 4
  12. 19/1 L. Grobbe — Rapenburgerstr. 116 III
  13. 65 J. Hellganger — ten Katestraat 67 4
  14. 20/7 H.A. Wugte — Weesperzijde 64 II
  15. 35 Mej. S. Revi — St. Antoniesbreestraat 66 II

De kontrole vond plaats tusschen 2 en 4.30 u. door den kontroleur Engelen.

Amst. 10 Jan 39
[Handtekening: Engelen]

[Linkermarge, verticaal:]
19/1-39 R

[Onderaan, handgeschreven toevoeging:]
Op gemelde kooplieden moet m.i. worden bericht, dat zij er ten spoedigste voor moeten zorgen een bak of kist voor het bergen van vuil of afval achter hun stal te hebben.
11-1-39 [Onleesbare initialen] Het document is een interne rapportage van een marktcontroleur genaamd Engelen aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de rapportage is een overtreding van de marktverordening: vijftien met name genoemde marktkooplieden op de Albert Cuypmarkt beschikten niet over de verplichte afsluitbare afvalbakken.

Opvallende kenmerken:
* Nauwkeurigheid: Van elke koopman is niet alleen de naam genoteerd, maar ook het woonadres (inclusief verdieping) en een administratief nummer (mogelijk het nummer van de marktvergunning of standplaats).
* Geografie: De genoemde adressen bevinden zich voornamelijk in de Pijp (Gouverneur Flinckstraat, Van Woustraat, Gerard Doustraat), de directe omgeving van de markt, maar ook in de Joodse buurt (Valkenburgerstraat, Rapenburgerstraat, St. Antoniesbreestraat) en de Transvaalbuurt.
* Handhaving: De controle vond plaats in de middag (tussen 14:00 en 16:30 uur). De reactie onderaan het document toont aan dat er direct actie werd ondernomen: de kooplieden moesten officieel gewaarschuwd worden ("worden bericht"). Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten streng gereguleerd waren door de gemeente om de hygiëne en orde te waarborgen. De Albert Cuypmarkt was toen al een van de belangrijkste markten van de stad.

Historisch gezien is de lijst met namen aangrijpend: veel van de genoemde achternamen (zoals Goldstein, Morpurgo, Philippus, Salomon, Bolle en Revi) wijzen op de grote aanwezigheid van Joodse Amsterdammers in de markthandel. Gegeven de datum (vlak voor de Duitse bezetting in mei 1940) vormt dit document een wrang overzicht van een gemeenschap en een economisch ecosysteem dat slechts enkele jaren later door de Holocaust grotendeels zou worden vernietigd. De adressen in de Valkenburgerstraat en de St. Antoniesbreestraat onderstrepen de sterke band tussen de Joodse buurt en de Amsterdamse ambulante handel.

Samenvatting

Het document is een interne rapportage van een marktcontroleur genaamd Engelen aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de rapportage is een overtreding van de marktverordening: vijftien met name genoemde marktkooplieden op de Albert Cuypmarkt beschikten niet over de verplichte afsluitbare afvalbakken.

Opvallende kenmerken:
* Nauwkeurigheid: Van elke koopman is niet alleen de naam genoteerd, maar ook het woonadres (inclusief verdieping) en een administratief nummer (mogelijk het nummer van de marktvergunning of standplaats).
* Geografie: De genoemde adressen bevinden zich voornamelijk in de Pijp (Gouverneur Flinckstraat, Van Woustraat, Gerard Doustraat), de directe omgeving van de markt, maar ook in de Joodse buurt (Valkenburgerstraat, Rapenburgerstraat, St. Antoniesbreestraat) en de Transvaalbuurt.
* Handhaving: De controle vond plaats in de middag (tussen 14:00 en 16:30 uur). De reactie onderaan het document toont aan dat er direct actie werd ondernomen: de kooplieden moesten officieel gewaarschuwd worden ("worden bericht").

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten streng gereguleerd waren door de gemeente om de hygiëne en orde te waarborgen. De Albert Cuypmarkt was toen al een van de belangrijkste markten van de stad.

Historisch gezien is de lijst met namen aangrijpend: veel van de genoemde achternamen (zoals Goldstein, Morpurgo, Philippus, Salomon, Bolle en Revi) wijzen op de grote aanwezigheid van Joodse Amsterdammers in de markthandel. Gegeven de datum (vlak voor de Duitse bezetting in mei 1940) vormt dit document een wrang overzicht van een gemeenschap en een economisch ecosysteem dat slechts enkele jaren later door de Holocaust grotendeels zou worden vernietigd. De adressen in de Valkenburgerstraat en de St. Antoniesbreestraat onderstrepen de sterke band tussen de Joodse buurt en de Amsterdamse ambulante handel.

Gerelateerde Documenten 6