Administratief memorandum / ambtelijke notitie betreffende een marktvergunning.
Origineel
Administratief memorandum / ambtelijke notitie betreffende een marktvergunning. [Linksboven in een gestempeld kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/21/1 1939
DOORGEZONDEN: 6/2
[Rechtsboven handgeschreven:]
C. Tol. pl. no. 123. Alb. Cuypstraat
Hn v Moerkerken
Adviseur
8-2-39
[Onleesbare paraaf]
[Hoofdtekst:]
Tegen inwilliging van het verzoek van C. Tol om zich tot wederopzegging op zijn plaats op de markt aan de Alb. Cuypstraat te mogen laten assisteeren doch in geval van ziekte te mogen laten vervangen door zijn zoon S. Tol, bestaat m.i. geen bezwaar.
Wanneer C. Tol door ziekte verhinderd is ~~zijn~~ op de markt te komen ~~te nemen~~, dient de zoon van Tol, alvorens de plaats van zijn vader in te nemen, daarvan dagelijks den dienstdoenden marktambtenaar in kennis te stellen.
(Zie doktersverklaring)
14-2-39
[Handtekening/Paraaf, mogelijk De Boer]
[Onderaan:]
16/2-'39 25/21/2 5.
[Linksonder voorgedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopman, C. Tol, die een vaste staanplaats (nummer 123) heeft op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Het verzoek behelst twee zaken:
1. Het recht om zich te laten assisteren door zijn zoon, S. Tol.
2. De toestemming dat zijn zoon hem volledig vervangt in het geval dat de vader wegens ziekte niet zelf op de markt kan staan.
De adviseur (H. v. Moerkerken) geeft een positief advies ("geen bezwaar"), mits aan een specifieke voorwaarde wordt voldaan: bij ziekte moet de zoon zich elke dag melden bij de dienstdoende marktambtenaar voordat hij de plaats inneemt. Er wordt verwezen naar een bijgevoegde doktersverklaring die de noodzaak van de aanvraag waarschijnlijk ondersteunt. De diverse data en stempels laten het administratieve traject van het verzoek zien, van het eerste advies tot de uiteindelijke afhandeling/registratie. De Albert Cuypmarkt, officieel gestart in 1905, was in de jaren dertig al een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het marktwezen was streng gereguleerd door de gemeente. Vergunninghouders waren in principe verplicht om persoonlijk op hun standplaats aanwezig te zijn om 'onderverhuur' of illegale handel te voorkomen.
Uitzonderingen, zoals hulp van familieleden of vervanging bij ziekte, moesten formeel worden aangevraagd en goedgekeurd. Dit document weerspiegelt de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee dergelijke dagelijkse zaken op de markt werden afgehandeld. De tijdsperiode (1939) is vlak voor de Tweede Wereldoorlog, een tijd waarin de marktreglementen nauwgezet werden toegepast om de orde in de drukke stad te handhaven. De verwijzing naar "tot wederopzegging" duidt aan dat de toestemming niet permanent was, maar op elk moment door de gemeente kon worden ingetrokken. C. Tol M. No S. Tol Marktwezen