Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 374
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk advies.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk advies. Advies op No. 25/kap. M 39.

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

In verband met bijgaand verzoek van
P. Pruim, zaak drijvende in perceel Albert Cuyp-
straat 86 en vleeschwarenfabriek hebbende in het
naastgelegen onderstuk van perceel 88, bericht ik U
het volgende:
Bedoeling van verzoeker is parkeerruimte vrij
te krijgen voor de fabriek, omreden door hem moei-
lijkheden worden ondervonden in verband met het
parkeerverbod tusschen 11 en 4 uur en het inrijverbod
tusschen 10.30 en 1.00 uur in de marktstraat, waarin
de fabriek is gevestigd.
Alhoewel het begrijpelijk is, dat de markt een
handicap is voor de in het najaar '37 in gebruik ge-
nomen worstfabriek, toch mag niet over het hoofd
worden gezien, dat de marktplaats (vóór de fabriek) reeds lang gebruikt
wordt (in elk geval veel langer dan de fabriek in bedrijf is).
Bovendien is het niet in het belang van een goede
plaatsregeling en dientengevolge een noodzakelijke markt-
orde, dat parkeerruimte in de marktstrook wordt vrij-
gemaakt en wel op een punt, waar een parkeerverbod is.
Ook zal inwilliging van het verzoek tot gevolg hebben,
dat er slachtoffers onder de marktkooplui worden ge-
maakt, daar de marktruimte zoodanig wordt gebruikt. Dit document is een ambtelijk advies waarin een verzoek van de heer P. Pruim wordt beoordeeld. Pruim, eigenaar van een winkel en een worstfabriek aan de Albert Cuypstraat 86-88, heeft gevraagd om een uitzondering op de geldende verkeers- en marktregels. Door de dagelijkse markt is het voor hem onmogelijk om tijdens piektijden goederen te laden of te lossen bij zijn fabriek.

De adviseur adviseert echter negatief over dit verzoek. De argumentatie rust op drie pijlers:
1. Prioriteit: De markt bestond al op die plek lang voordat de fabriek daar in 1937 begon.
2. Handhaving van de orde: Een uitzondering maken voor één ondernemer zou de algehele marktindeling en de verkeersregels (het parkeerverbod) ondermijnen.
3. Sociale rechtvaardigheid: Het toewijzen van parkeerruimte aan de fabriek zou ten koste gaan van de staanplaatsen van andere marktkooplieden ("slachtoffers").

De toon is formeel en strikt bureaucratisch, waarbij het collectieve belang van de markt en de gevestigde marktorde zwaarder wegen dan de logistieke behoeften van een individuele pandeigenaar. De Albert Cuypmarkt in Amsterdam is sinds het begin van de 20e eeuw de belangrijkste dagmarkt van de stad. De straat is echter smal, en de spanning tussen de ambulante handel (de marktkramen op straat) en de vaste bewoners en ondernemers in de panden is een historisch constante.

Dit document belicht de situatie eind jaren '30. De verwijzing naar "najaar '37" als startdatum van de fabriek suggereert dat de industrialisatie in de Pijp destijds nog volop gaande was, maar dat de gemeente Amsterdam zeer terughoudend was met het opofferen van de lucratieve en sociaal belangrijke marktruimte voor private industriële belangen. De terminologie ("vleeschwaren", "marktkooplui") en de spelling zijn typerend voor de vooroorlogse ambtelijke taal in Nederland.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies waarin een verzoek van de heer P. Pruim wordt beoordeeld. Pruim, eigenaar van een winkel en een worstfabriek aan de Albert Cuypstraat 86-88, heeft gevraagd om een uitzondering op de geldende verkeers- en marktregels. Door de dagelijkse markt is het voor hem onmogelijk om tijdens piektijden goederen te laden of te lossen bij zijn fabriek.

De adviseur adviseert echter negatief over dit verzoek. De argumentatie rust op drie pijlers:
1. Prioriteit: De markt bestond al op die plek lang voordat de fabriek daar in 1937 begon.
2. Handhaving van de orde: Een uitzondering maken voor één ondernemer zou de algehele marktindeling en de verkeersregels (het parkeerverbod) ondermijnen.
3. Sociale rechtvaardigheid: Het toewijzen van parkeerruimte aan de fabriek zou ten koste gaan van de staanplaatsen van andere marktkooplieden ("slachtoffers").

De toon is formeel en strikt bureaucratisch, waarbij het collectieve belang van de markt en de gevestigde marktorde zwaarder wegen dan de logistieke behoeften van een individuele pandeigenaar.

Historische Context

De Albert Cuypmarkt in Amsterdam is sinds het begin van de 20e eeuw de belangrijkste dagmarkt van de stad. De straat is echter smal, en de spanning tussen de ambulante handel (de marktkramen op straat) en de vaste bewoners en ondernemers in de panden is een historisch constante.

Dit document belicht de situatie eind jaren '30. De verwijzing naar "najaar '37" als startdatum van de fabriek suggereert dat de industrialisatie in de Pijp destijds nog volop gaande was, maar dat de gemeente Amsterdam zeer terughoudend was met het opofferen van de lucratieve en sociaal belangrijke marktruimte voor private industriële belangen. De terminologie ("vleeschwaren", "marktkooplui") en de spelling zijn typerend voor de vooroorlogse ambtelijke taal in Nederland.

Gerelateerde Documenten 6