Getypte zakelijke brief op grijsachtig archiefpapier.
Origineel
Getypte zakelijke brief op grijsachtig archiefpapier. 22 juli 1942. De waarnemend (wnd.) Directeur (dienst niet nader gespecificeerd). [Handgeschreven in blauw potlood:]
M... 22/7-'42
[Rechtsboven getypt:]
HB.
de Nederlandsche Groenten-en Fruit-
centrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
Den Haag.
2B/49/2 M. 2. 22 Juli 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen een
aanvrage tot toelating als georganiseerde bij de Nederlandsche
Groenten-en Fruitcentrale om ingedeeld te worden in de groep hande-
laren in gewassen van den tuinbouw(groep E) benevens afschrift van
een op deze aanvrage betrekking hebbend rapport van den contrôleur
B.Felthuis van mijn dienst.
De Directeur,
wnd. De brief is een strikt formeel administratief schrijven. De waarnemend directeur van een overheidsdienst stuurt een dossier door naar de overkoepelende Nederlandsche Groenten-en Fruitcentrale. Het dossier betreft een verzoek van een handelaar om officieel erkend te worden ("georganiseerde") binnen "groep E", wat de specifieke categorie voor handelaren in tuinbouwgewassen was.
Cruciaal hierbij is de bijlage van een rapport van een controleur (B. Felthuis). Dit duidt op een verificatieproces: voordat iemand mocht toetreden tot de gereguleerde markt, werd de betrouwbaarheid en de status van het bedrijf gecontroleerd door een inspectiedienst. De archaïsche, hoffelijke toon ("heb ik de eer U te doen toekomen") is typerend voor de Nederlandse ambtelijke correspondentie van die tijd. Dit document is geproduceerd tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De economie was in deze periode volledig "geordend" volgens het corporatistische model van de bezetter. De Nederlandsche Groenten-en Fruitcentrale (NGFC) was een centrale organisatie die toezicht hield op de productie, handel en distributie van groenten en fruit.
Aansluiting bij zo'n centrale was verplicht voor iedereen die in deze sector wilde werken. Het stelde de overheid (en daarmee de bezetter) in staat om de totale goederenstroom te beheersen, de distributie (voedselbonnen) te regelen en een groot deel van de opbrengst naar Duitsland te exporteren. Documenten als deze tonen de bureaucratische onderbouw van het bezettingsregime, waarbij elke handelaar tot in detail werd gecontroleerd en gecategoriseerd. B. Felthuis M. Bovenaan