Archiefdocument
Origineel
8 juni 1942. N.J. Dinkgreve, Voorzitter van de Tuinders Veiling Vereeniging voor Amsterdam en Omstreken. De Edelachtbare Heer Burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte). A F S C H R I F T.
TUINDERS VEILING VEREENIGING VOOR AMSTERDAM EN OMSTREKEN.
Amsterdam, 8 Juni 1942.
Aan den Edelachtbaren Heer
Burgemeester van Amsterdam,
te
A M S T E R D A M – C.
Raadhuis.
Edelachtbare Heer,
De ondergeteekende N.J. Dinkgreve, Voorzitter der Tuinders Veiling Vereeniging te Amsterdam, heeft het genoegen U het volgende te kunnen mededeelen.
De demonstratie met de roodekool plant en dat dezen zijn verkocht voor groenten, is na onderzoek door mij gedaan, gebleken juist te zijn.
Ze worden op de Centrale Markt aangevoerd door den grossier en komen van de veiling te Noord-Scharwoude.
Ik heb met den Directeur der Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, welke een dezer dagen bij mij was, deze zaak besproken, en deze deelde mij mede, dat het meerdere koolsoorten betreft en dit overcompleet materiaal is, en gestoofd zijnde, voor de consumptie zeer geschikt is.
Ik heb deze planten dan ook zien verkoopen op de markten.
Met de meest verschuldigde eerbied en
hoogachting,
w.g. N.J. Dinkgreve
Voorzitter der
TUINDERS VEILING VEREENIGING
VOOR AMSTERDAM & OMSTREKEN
--- Deze brief dient als een formele rapportage van de voorzitter van de Amsterdamse Tuindersveiling aan de burgemeester over een ongebruikelijke ontwikkeling op de voedselmarkt. De kern van de zaak is de verkoop van "roodekool planten" als consumptiegroente op de Centrale Markt en lokale markten in Amsterdam.
Dinkgreve heeft zelf onderzoek gedaan en bevestigt dat deze planten, afkomstig uit de bekende koolstreek Noord-Scharwoude, inderdaad als voedsel worden aangeboden. Cruciaal is de goedkeuring van de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale". De directeur daarvan stelt dat het gaat om "overcompleet materiaal" (overschotten aan plantgoed) dat prima eetbaar is als het gestoofd wordt. De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was in correspondentie met het stadsbestuur.
--- Het document is gedateerd op 8 juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werd de voedselvoorziening steeds schaarser en strenger gereguleerd via distributie en centrale organen zoals de genoemde "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale".
Dat men overging tot de verkoop en consumptie van wat normaal gesproken plantmateriaal (waarschijnlijk jonge plantjes of bijproducten) zou zijn, illustreert de groeiende noodzaak om elke mogelijke voedselbron te benutten. De vermelding van Noord-Scharwoude is historisch logisch; dit gebied in de Langedijk stond bekend als de "tuin van Amsterdam", specifiek voor de grootschalige teelt van kool. De burgemeester van Amsterdam in 1942 was de door de bezetter benoemde Edward Voûte, wat de formele maar voorzichtige toon van de brief mede verklaart. N.J. Dinkgreve