Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 24 juni 1942. De Directeur (organisatie niet expliciet vermeld op dit blad, vermoedelijk Gemeentelijke Dienst). den Heer Commissaris van Politie Dahmen van Buchholz. [Handgeschreven in blauw potlood/inkt:]
Verzonden 24/6
[Getypt:]
VD/HB.
den Heer Commissaris van Politie
Dahmen van Buchholz,
Marnixstraat 260-264,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 6.
20/22/2 M. 1 24 Juni 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen
een brief van H.Nikkelsberg met het verzoek de behandeling hiervan
te willen overnemen.
De Directeur, Deze korte, zakelijke brief dient als geleidebrief voor een bijlage. De "Directeur" (mogelijk van een gemeentelijke instelling of sociale dienst) stuurt een schrijven van een zekere H. Nikkelsberg door naar de Amsterdamse politiecommissaris. De expliciete vraag is of de politie de verdere afhandeling van de zaak van Nikkelsberg op zich wil nemen.
De toon is uiterst formeel ("heb ik de eer U te doen toekomen"), wat standaard was voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De handgeschreven notitie "Verzonden 24/6" duidt op de administratieve verwerking in het uitgaande postboek. De datum van het document, 24 juni 1942, is cruciaal. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen intensiveerden in deze periode; in juli 1942 zouden de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam beginnen.
Dahmen van Buchholz was een prominente commissaris bij de Amsterdamse politie tijdens de bezetting. Hij hield zich onder andere bezig met politieke zaken en de uitvoering van verordeningen van de bezetter.
De naam H. Nikkelsberg verwijst zeer waarschijnlijk naar Hermann Nikkelsberg. In oorlogsarchieven komt deze naam voor in relatie tot verzoeken aan de autoriteiten of interacties met de politie/Joodsche Raad. Het doorsturen van een brief van een burger naar de commissaris van politie in de zomer van 1942 suggereert dat de kwestie ofwel van politionele aard was (bijv. een overtreding van een verordening), of dat de civiele instantie de verantwoordelijkheid voor een "gevoelig" dossier wilde overdragen aan de politie-autoriteiten. H. Nikkelsberg Politie