Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 31 juli 1942. C.H. Blanken, 2e Jac. v. Campenstraat 126 I, Amsterdam. A f s c h r i f t .
No. 531 L.M.1942.
Aan den Heer Wethouder L.M.
Eenige tijd ~~ixkkkk~~ geleden is door ondergetekende een schrijven aan Uw gericht betreffende de oneerlijke verdeeling aan de Centrale Markt speciaal de fruitverdeeling. Er zijn nog steeds grossiers, die wel de punten van de jo dsche grossiers aanvaarden doch er heel weinig voor gevoellen deze toewijzingen op hun beurt ook aan aan die kooplieden te verdeelen die daar recht op hebben of daar hun recht op laten gelden.
Bij voorbeeld: geduerende circa 12 jaren is door mij bij Van Lochem grossiers in groenten en frut speciaal westlàànd zeer veel handel gedaan in de aldaar vandaan komende fruitsoorten.
Door bemiddeling van de Heer Steenbeek werd mij als Verwalter voor Van Lochem aangewezen de Boer oude zaak Hakker. Ter plaatse werd mij door een bediende Frans, de mededeeling gedaan, dat er niets voor mij aanwezig wasenfin aan paar druiven, tomaten en wat persik-jes dat was er nog wel, ondertusschen waren de tomatenhast onver-koopbaar. Zoo gaat het bij de meeste grossiers. de een krijgt karre vol en de ander een mandje.
Bijvoorbeeld: Op de dagmarkt Albert Cuypstraat staat aan ear-dappelhandelaar Meeuwes of zoo, deze heeft de laatste tien jaar niets anders als aardappels verkocht. Thans krijgt deze alle dagen fruit in overvloed.
Op dezelfde ~~manier~~ markt eenen Van Mourik, deze heeft nog nooit anders als speciaal groenten verkocht ook gedurende jaren. Thans krijgt deze aan dusdanige toewijzing, van fruit, dat twee gezinnen er een rijk bestaan aan zouden hebben .
ook op de Albert Cuypstraat eene Karel Cosemek of zoo, deze heeft gedurende de laatste 7 à 8 jaar voor den oorlog een wolhandel en koffiehuis gehad, ook deze krijgt bij de grossiers minstens 6 à 7 maal een normale portie.
Deze gevens zijn absoluut voo 100% waar hetgeen U kan informeeren bij de chef van de markt Albert Cuypstraat. Hoe het in andere wijken gesteld is, dat weet ik niet, maar het zal daar ook wel zoo zijn.
Deze gevens verstrek ik U, dat een grossiers niet kan zeggen, deze menschen zijn vaste klanten, dat is onjuist zoo hetzelfde met de winkeléérs deze hebben reeds 50% op de speciale fruitverkoopers voo: aangezien zij aardappelen en groenten verkoopen en dan zijn er heel veel winkeleisrn die een aparte kar aan de markt laten komen, voor fruit wat ons tekort gedaan wordt. bovendien bevorderen deze methoden de zwarten handel ten zeerste.
Zooals U ten zeerste bekend is was er dezen winter een verdeeling van groenten over de middenstandsbank, dat was grootendeels een eer-lijke zaa , daar kreeg een ieder wat. Een groote winkeléérs 4 colli en zoo naar verhouding. Thnas doet er een grucht de ronde, dat wann strakt hard fruit aanwezig is, dat dan ook als de wintergroenten uitgedeeld zal worden. Indien dat werkelijk plaat vindt, is het dan niet mogelijk, dat er voldoende rekening wodrt gehouden met die menschen, die gedurende de laaste 12 a 15 ja r speciaal en fruit hebben gehndeld om aan die ook en voorkeur te geven en niet zoo als thans, dat de winkeleisrn met onze handel naar huis gaat.
Indien U wenscht kan ik U met nog eenige slachtoffers mondelinge inlichtingen geven. Deze menschen zijn net als ik ook de gedupeerde. Zeer gaarne zagen wij dar er op fdoende wijze in de chaos verande. ting bracht.
w.g.C.H.Blanken.
2e Jac.v.Campenstr.126 I
Weth.L.M.om advies.
31 Juli 1942. In deze brief beklaagt C.H. Blanken zich bij de Amsterdamse wethouder over de corrupte of onrechtvaardige distributie van fruit tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:
- Onrechtvaardige toewijzing: Traditionele fruitlieden (zoals de schrijver zelf, die al 12 jaar klant was bij grossier Van Lochem) worden overgeslagen, terwijl handelaren die voorheen nooit fruit verkochten (aardappelhandelaren, een wolhandelaar/koffiehuishouder) nu grote hoeveelheden toegewezen krijgen.
- Uitsluiting door 'Verwalters': De schrijver noemt dat de zaak van Van Lochem onder een Verwalter (een door de bezetter aangestelde beheerder) is komen te staan. Dit suggereert dat de oorspronkelijke (mogelijk Joodse) eigenaren zijn weggezuiverd.
- Zwarte handel: Blanken stelt dat deze oneerlijke praktijken de zwarte handel in de hand werken.
-
Specifieke locaties: De klachten concentreren zich op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Hij noemt specifieke namen van handelaren (Meeuwes, Van Mourik, Karel Cosemek) als voorbeelden van onterechte bevoordeling. Dit document stamt uit juli 1942, een dieptepunt in de geschiedenis van bezet Amsterdam. In deze maand begonnen de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen.
-
Arisering van de handel: De term "Verwalter" en de verwijzing naar "punten van de jo dsche grossiers" wijzen direct op het proces van 'Arisering'. Joodse bedrijven werden door de nazi's onteigend en onder het beheer van vaak pro-Duitse beheerders (Verwalters) gesteld. Dit leidde tot het verbreken van decennialange handelsrelaties en favoritisme.
- Voedselvoorziening en Distributie: Door de oorlogsschaarste was alles op de bon. De distributie van verse producten zoals fruit was een bron van grote frustratie en corruptie. De "Wethouder L.M." (Levensmiddelenvoorziening) was verantwoordelijk voor het in goede banen leiden hiervan, maar in de praktijk heerste er, zoals Blanken schrijft, "chaos".
- Albert Cuypmarkt: Deze markt was en is het hart van de Amsterdamse volksbuurt De Pijp. De brief geeft een inkijkje in de onderlinge spanningen en de overlevingsstrijd tussen marktpluizers in oorlogstijd. C.H. Blanken L.M. Marktwezen