Administratieve kaart/oproep betreffende marktwezen.
Origineel
Administratieve kaart/oproep betreffende marktwezen. Februari - maart 1939. [Linkerkolom - voorgedrukt en handgeschreven]
Nº 25/33/w M. 1939 [stempel in paars/blauw]
Opgeroepen per
(datum) ..27. Febr............ (uur) ...9....
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt
Alb. Cuypstr.
V.K.K. 349. 22/2 '39 [paraaf]
Aan A. J. Sligting
2e Tuindwarsstr. 11 II
[Rechterkolom - voorgedrukt en handgeschreven]
Aanteekeningen Inspecteur:
opbergen
geschrapt * 1/3 '39
zie 25/33/11 M 39
2/3 '39 [paraaf] Dit document is een administratieve kaart van een marktinpectie-instantie. De heer A. J. Sligting is opgeroepen om op 27 februari 1939 om 9:00 uur te verschijnen. De reden voor deze oproep is het "niet geregeld bezetten" van zijn vaste staanplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.
Het kenmerk "V.K.K. 349" verwijst waarschijnlijk naar zijn vergunnings- of kaartnummer (mogelijk "Vaste Kraam Kaart"). De aantekeningen aan de rechterzijde tonen de afhandeling van het dossier: op 1 maart 1939 is de zaak "geschrapt" (mogelijk na een bevredigende verklaring of correctie van het gedrag) en er wordt verwezen naar een ander dossiernummer voor verdere details. Op 2 maart is het stuk definitief geparafeerd voor het archief ("opbergen"). In de jaren '30 was de handel op de Amsterdamse markten, zoals de Albert Cuypstraat, streng gereguleerd door de gemeente. Kooplieden hadden de plicht om hun toegewezen standplaats daadwerkelijk en regelmatig in te nemen. Als men zonder geldige reden wegbleef, kon men de vergunning verliezen aan gegadigden op de wachtlijst.
Het adres van de betrokkene (Tweede Tuindwarsstraat in de Jordaan) en de werkplek (Albert Cuypmarkt) schetsen een typisch beeld van de sociaaleconomische structuur van Amsterdamse marktkooplieden vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Jordaan was in die tijd een volksbuurt waar veel marktkooplieden woonden. J. Sligting Marktwezen