Archiefdocument
Origineel
13 januari 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Hoofden van Administraties, Diensten en Bedrijven van de Gemeente Amsterdam. No.3/2/1 M.1942 14/1 AFSCHRIFT.
GEMEENTE AMSTERDAM.
Aan Hoofden van Administraties,
Diensten en Bedrijven.
Afd.Ass.Z en W.A. No. 1V.B/107a. Datum: 13 Januari 1942.
De bedrijfs-economisch adviseur heeft mij medegedeeld, dat hem zoo
nu en dan advies wordt gevraagd over te nemen maatregelen in verband met
voorkomende diefstallen.
Aangezien gebleken is, dat het aantal diefstallen in ernstige mate
toeneemt, acht genoemde adviseur het wenschelijk, dat van alle diefstallen
en vermissingen van eigendommen van de Gemeente of van goederen bij de
Gemeente in gebruik of bewaring (ook dus kleeding enz. uit garderobes),
mededeeling wordt gedaan aan een centraal punt. Hierdoor kan beter oog op
den gang van zaken worden gehouden en kan op de meest doelmatige wijze het
nemen van tegenmaatregelen worden overwogen.
Op grond van het bovenstaande noodig ik U uit van iedere vermissing,
(diefstal, verduistering enz.), schriftelijk mededeeling te doen aan de
afdeeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid, ook indien het
goederen betreft, welke niet zijn verzekerd.
De Burgemeester van Amsterdam
Voûte.
De Gemeentesecretaris,
w.g. J.F. Franken.
Gezien
[parafen/data] Dit document is een officiële circulaire van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernboodschap is een instructie om alle gevallen van diefstal en vermissing van gemeentegoederen centraal te melden bij de afdeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid.
De aanleiding is een gesignaleerde "ernstige" toename van het aantal diefstallen. De maatregel is bedoeld om een beter overzicht te krijgen ("oog op den gang van zaken") zodat er effectievere tegenmaatregelen genomen kunnen worden. Opvallend is dat de meldingsplicht ook geldt voor niet-verzekerde goederen en voor eigendommen van derden die de gemeente in bewaring heeft (zoals kleding in garderobes).
Onderaan het document staat het stempel "Gezien" met verschillende handgetekende parafen en data, wat aangeeft dat het document door diverse functionarissen binnen een specifieke afdeling is gelezen en geaccordeerd. Het document dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte, wiens naam onder het document staat, was door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam na het ontslag van burgemeester De Vlugt naar aanleiding van de Februaristaking in 1941.
De toename van diefstallen die in de brief wordt genoemd, is typerend voor de oorlogstijd. Door de toenemende schaarste, de invoering van de distributie en de groeiende armoede onder de bevolking steeg de criminaliteit, waaronder diefstal van overheids- en bedrijfseigendommen. De bezettingsjaren kenmerkten zich door een algemeen moreel verval en een "ieder voor zich" mentaliteit als overlevingsstrategie, wat de Amsterdamse bureaucratie met deze gecentraliseerde registratie probeerde te beteugelen. De afkorting "Afd.Ass.Z en W.A." staat voor de afdeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid. E.J. Vo J.F. Franken W.A. No Gemeente Amsterdam