Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 483
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk advies/correspondentie van de afdeling Marktwezen Amsterdam.

9 mei 1939. Van: Een ambtenaar van het Marktwezen (handtekening vermoedelijk J.G. van der Meulen). Aan: Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Ambtelijk advies/correspondentie van de afdeling Marktwezen Amsterdam. 9 mei 1939. Een ambtenaar van het Marktwezen (handtekening vermoedelijk J.G. van der Meulen). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Advies op No 25/42/1 M 39

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

In verband met bijgaand verzoek van S. Salomons
v. h. A.C. Cuypstr: 371 diene het volgende:
De heer Salomons is op 10 Feb. '30 een voorkeurskaart
uitgereikt, waarvan hij vijftien maal gebruik heeft
gemaakt en wel de laatste maal op 17 Januari '39.
Volgens eigen mededeeling is de oorzaak van het
niet bezetten van een losse plaats gelegen in het
feit, dat „het erg slecht gaat.”
M.i. is dit geen motief om uitstel van plaats-
bezetten te verleenen en behoort de voorkeurskaart
te worden ingetrokken op gronden van billijk-
heid t.o.v. kooplieden, die wel aan hun verplichtin-
gen betreffende bezetting voldoenen bij handhaving
van kooplieden zooals verzoeker uiteindelijk een
ongunstiger volgnummer voor een losse plaats zullen
verkrijgen.

Amsterdam, 9 Mei '39
[Handtekening] Het document is een zakelijk, ambtelijk advies geschreven in een formele toon. De kern van de zaak is de handhaving van marktregels. Een zekere S. Salomons, wonend aan de Albert Cuypstraat, heeft gevraagd om uitstel van de plicht om een marktplaats te bezetten. De ambtenaar stelt vast dat Salomons sinds 1930 een 'voorkeurskaart' heeft, maar deze in negen jaar tijd slechts vijftien keer heeft gebruikt.

De reden die de koopman opgeeft — dat de zaken erg slecht gaan — wordt door de ambtenaar resoluut van de tafel geveegd als een ongeldig motief. Het advies is strikt: de voorkeurskaart moet worden ingetrokken. De argumentatie hiervoor is gebaseerd op het principe van 'billijkheid' (rechtvaardigheid) tegenover andere kooplieden die wel aan hun verplichtingen voldoen. Het systeem van de markt was gebaseerd op aanwezigheid; wie niet verscheen, nam een plek in op de lijst die effectief werd onthouden aan actievere kooplieden. Dit document dateert van mei 1939, een periode van grote economische en politieke spanning in Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. In de jaren '30 heerste er nog steeds een economische crisis, wat de opmerking van Salomons dat het "erg slecht gaat" geloofwaardig maakt.

De naam S. Salomons en het adres in de Albert Cuypstraat duiden zeer waarschijnlijk op een Joodse marktkoopman. In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking toe, ook economisch. Hoewel het document een strikt bureaucratische afhandeling van marktregels lijkt, illustreert het de precaire positie van kleine zelfstandigen die door de crisis hun broodwinning op de markt zagen verdampen. Voor de gemeente Amsterdam woog de strikte handhaving van de marktverordening echter zwaarder dan de individuele nood van de koopman.

Samenvatting

Het document is een zakelijk, ambtelijk advies geschreven in een formele toon. De kern van de zaak is de handhaving van marktregels. Een zekere S. Salomons, wonend aan de Albert Cuypstraat, heeft gevraagd om uitstel van de plicht om een marktplaats te bezetten. De ambtenaar stelt vast dat Salomons sinds 1930 een 'voorkeurskaart' heeft, maar deze in negen jaar tijd slechts vijftien keer heeft gebruikt.

De reden die de koopman opgeeft — dat de zaken erg slecht gaan — wordt door de ambtenaar resoluut van de tafel geveegd als een ongeldig motief. Het advies is strikt: de voorkeurskaart moet worden ingetrokken. De argumentatie hiervoor is gebaseerd op het principe van 'billijkheid' (rechtvaardigheid) tegenover andere kooplieden die wel aan hun verplichtingen voldoen. Het systeem van de markt was gebaseerd op aanwezigheid; wie niet verscheen, nam een plek in op de lijst die effectief werd onthouden aan actievere kooplieden.

Historische Context

Dit document dateert van mei 1939, een periode van grote economische en politieke spanning in Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. In de jaren '30 heerste er nog steeds een economische crisis, wat de opmerking van Salomons dat het "erg slecht gaat" geloofwaardig maakt.

De naam S. Salomons en het adres in de Albert Cuypstraat duiden zeer waarschijnlijk op een Joodse marktkoopman. In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking toe, ook economisch. Hoewel het document een strikt bureaucratische afhandeling van marktregels lijkt, illustreert het de precaire positie van kleine zelfstandigen die door de crisis hun broodwinning op de markt zagen verdampen. Voor de gemeente Amsterdam woog de strikte handhaving van de marktverordening echter zwaarder dan de individuele nood van de koopman.

Gerelateerde Documenten 6