Administratieve kaart/notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratieve kaart/notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14). Februari - Maart 1939. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/42/1 1939
DOORGEZONDEN: 3/3
[Handgeschreven tekst:]
S. Salomons
Voorkeurskaart Alb Cuypstr. no. 371.
22/2 '39 gewaarschuwd om geregeld op de markt te komen.
[In rode inkt en potlood overheen geschreven:]
5 16/3-'39
25/42/2
[Vervolg handgeschreven tekst:]
Het verzoek van S. Salomons moet m.i. worden afgewezen.
Salomons moet, als houder van een voorkeurskaart voor de markt aan de Alb. Cuypstraat 2 maal per week een plaats op deze markt innemen.
Aan S. moet m.i. worden bericht, dat hij van heden af geregeld, twee maal per week een plaats op opgemelde markt moet innemen, daar anders zijn voorkeurskaart wordt ingetrokken (zie rapport chef marktopz.)
[Handtekeningen en data in de marge/onderaan:]
Th. Velleman
8-3-39
de Maier [?]
12-3-39
de Maier [?]
[Onderaan links, gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document legt een sanctie- of waarschuwingstraject vast binnen het Amsterdamse marktwezen. De centrale figuur is S. Salomons, houder van voorkeurskaart nr. 371 voor de Albert Cuypmarkt.
De kern van de kwestie is het niet-gebruik van de toegewezen marktplaats. Op 22 februari 1939 werd Salomons reeds gewaarschuwd dat hij "geregeld" aanwezig moest zijn. Uit de tekst blijkt dat Salomons een verzoek heeft ingediend (mogelijk om vrijstelling of behoud van zijn kaart ondanks afwezigheid), maar dit wordt door de ambtenaar afgewezen.
De regelgeving was strikt: een kaarthouder was verplicht minimaal twee keer per week zijn plek in te nemen. De notitie concludeert dat Salomons officieel bericht moet krijgen dat hij aan deze eis moet voldoen, op straffe van intrekking van zijn voorkeurskaart. De besluitvorming steunt op een rapport van de "chef marktopzicht". De opeenvolging van data (22/2, 3/3, 8/3, 12/3, 16/3) toont een actieve bureaucratische afhandeling in het voorjaar van 1939. In de jaren dertig was de Albert Cuypmarkt een vitale economische plek in Amsterdam, waar veel Joodse kooplui hun brood verdienden. De gemeente Amsterdam hanteerde een streng vergunningenstelsel met voorkeurskaarten om de bezetting en orde op de markt te reguleren.
De datum van dit document (maart 1939) is historisch precair. Het is de periode kort voor de Duitse inval. Voor Joodse marktplu-houders, zoals S. Salomons (Samuel Salomons was een veelvoorkomende naam onder Amsterdamse marktkooplieden), was het behoud van een legale standplaats essentieel voor hun overleving. De strikte handhaving van de aanwezigheidsplicht ("2 maal per week") was een middel om 'slapende' vergunningen te voorkomen, maar legde ook een zware druk op kooplieden die wellicht door ziekte of economische tegenspoed tijdelijk hun stal niet konden bemannen. Kort na deze periode, tijdens de bezetting, zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden verdreven naar specifieke "Joodse markten", voordat hun handel en bezit geheel werden geconfisqueerd. M. No S. Salomons Gemeente Amsterdam Marktwezen