Officiële circulaire / Dienstbrief.
Origineel
Officiële circulaire / Dienstbrief. 2 maart 1942. Edward Voûte, (waarnemend) Burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, handgeschreven:]
40x [doorgehaald]
19/3/42 706
[Gedrukt:]
GEMEENTE AMSTERDAM
[Links:]
Afd.A.Z.
No.100/35 (1942)
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Mr. Dir
Th Sieburgh
en k.g. aan p
Chef onderafd.
[Paraaf/S-vorm]
[Midden:]
Amsterdam, 2 Maart 1942.
[Rechts van het midden, gedrukt kader:]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Paars stempel over de tekst:]
№ 7/14/1 M. 1942 5/3
[Hoofdtekst:]
Hierbij deel ik U mede, dat mij door de Duitsche autoriteiten is verzocht te bevorderen, dat vanwege de Gemeente geen artikelen worden gekocht of verkocht, direct of indirect, aan of van Joden, en aan hen geen opdrachten tot de uitvoering van werken worden gegeven. Een en ander onverminderd het verbod arbeidskrachten van joodschen bloede in dienst te nemen.
Ik draag U op, voortaan overeenkomstig vorenomschreven wensch te handelen. In geval van twijfel gelieve U mijn oordeel in te winnen.
[Ondertekening:]
De Burgemeester van Amsterdam,
[Signatuur: Voûte]
[Linksonder, handgeschreven parafen:]
lre. Mr. Bloem
ku. Mr. de Vries
lre. Mr. Miller
ku. Mr. Jonkman.
[Adressering:]
Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën
A l h i e r .
[Voetnoot:]
C.S. Stadhuis
A'dam 3-'42
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
* 22889-11-41-5000 Dit document is een directief van het Amsterdamse gemeentebestuur aan alle hoofden van gemeentelijke diensten. De kernboodschap is een totaalverbod op economische interactie tussen de gemeente en Joodse burgers of bedrijven.
Belangrijke elementen:
1. Segregatie: De tekst instrueert ambtenaren om geen zaken meer te doen (kopen, verkopen of opdrachten verstrekken) met Joden. Dit is een cruciale stap in de economische isolatie ("Arisering") van de Joodse bevolking.
2. Racialisering: De term "joodschen bloede" verwijst direct naar de rassenideologie van de bezetter, waarbij niet langer religie maar afstamming het criterium is voor uitsluiting.
3. Autoriteit: De brief is ondertekend door Edward Voûte. Hij werd door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris/burgemeester na het ontslaan van de democratisch gekozen burgemeester De Vlugt na de Februaristaking van 1941.
4. Bureaucracie: De handgeschreven parafen onderaan (Bloem, de Vries, Miller, Jonkman) tonen aan dat de instructie door de ambtelijke top van de verschillende secretarie-afdelingen is gezien en verwerkt. Maart 1942 markeert een fase in de bezetting waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds systematischer en stringenter werden. Waar de eerste oorlogsjaren nog gekenmerkt werden door relatief onsamenhangende pesterijen, was er in 1942 sprake van een gecoördineerde uitsluiting uit het openbare en economische leven, ter voorbereiding op de latere deportaties.
De Gemeente Amsterdam werkte onder Voûte nauw samen met de Sicherheitspolizei en de Zentralstelle für jüdische Auswanderung. Dit document is een tastbaar bewijs van de "inschakeling" van het Nederlandse ambtenarenapparaat bij de uitvoering van de Holocaust (de Shoah). Door de Joodse bevolking af te snijden van gemeentelijke opdrachten en handel, werd hun economische bestaansgrond vernietigd, wat hen kwetsbaarder maakte voor de gedwongen tewerkstelling en deportatie die kort daarna op grote schaal zouden beginnen. A.Z. Gemeente Amsterdam Sicherheitspolizei Stadhuis Zentralstelle