Dienstbrief/Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief/Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 9 februari 1942. De Wethouder voor de Arbeidszaken van Amsterdam. Hoofden van administratiën, diensten en bedrijven van de gemeente. G E M E E N T E A M S T E R D A M .
P/B.
No. 816$^i$ Arb. 1941. AMSTERDAM, 9 Februari 1942.
Onderwerp: Gehuwde vrouwen in gemeentedienst
[Handgeschreven in blauw potlood:] spoed [met pijl naar rechtsonder]
[Handgeschreven paraaf/krabbel in blauw en rood]
Hierbij verzoek ik U mij vóór den 16en Februari a.s. een opgave te doen toekomen van de gehuwde vrouwen bij Uw diensttak, werkzaam in een ambtenaars- of werkliedenfunctie, dan wel als arbeidscontractant, die:
a. na 22 Februari 1934 in het huwelijk zijn getreden en na haar huwelijk, in afwijking van het voorschrift, dat de huwende vrouw uit den gemeentedienst zal worden ontslagen, in dienst zijn gehouden;
b. na 22 Februari 1934, in afwijking van het verbod, om een gehuwde vrouw te werk te stellen, in dienst zijn genomen.
De opgave zal gesplitst moeten zijn in bovengenoemde categorieën en voorts moeten vermelden naam, geboortedatum, functie, salaris, aard van het dienstverband (vast of tijdelijk) en woonplaats van de belanghebbende, alsmede de redenen waarom van de bepalingen der rechtspositiereglementen is afgeweken.
De Wethouder voor de Arbeidszaken,
[Handtekening]
Aan Heeren Hoofden van administratiën, diensten en bedrijven.
[Stempel linksonder:] Nº 8 A / 13 / 1 M. 1942 10/2
[Tekst rechtsonder:] Arb.Z., Stadhuis, Febr. '42, A'dam. * Administratieve controle: Het document is een inventarisatie van vrouwelijk personeel dat "in afwijking van de regels" nog in dienst is. Het verzoek is zeer dringend (gemarkeerd met "spoed" en een korte deadline van een week).
* Rechtsongelijkheid: De brief verwijst naar de datum 22 februari 1934. Dit was de datum waarop de crisiswetgeving (met name de maatregelen van minister Deckers) van kracht werd, die het ontslag van gehuwde vrouwen in overheidsdienst verplicht stelde. Dit was bedoeld om de werkloosheid onder mannen te bestrijden door vrouwen terug naar het huishouden te dringen.
* Data-verzameling: De gevraagde informatie is zeer gedetailleerd (salaris, woonplaats, redenen voor uitzondering). Dit wijst op een op handen zijnde reorganisatie of een zuivering van het personeelsbestand.
* Bestuur onder bezetting: Hoewel de wet uit 1934 stamt, wordt de uitvoering ervan in 1942 (tijdens de Duitse bezetting) strikt gehandhaafd of aangescherpt. De wethouder voor Arbeidszaken in Amsterdam was in deze periode de pro-Duitse W.A.J. Visser. Dit document bevindt zich op het snijvlak van de economische crisis van de jaren '30 en de ideologische druk van de Tweede Wereldoorlog. In 1934 voerde de Nederlandse regering conservatieve maatregelen in om de arbeidsparticipatie van gehuwde vrouwen te minimaliseren. Tijdens de bezetting werden dergelijke maatregelen vaak door de nationaalsocialistische overheid aangegrepen om de maatschappij naar hun hand te zetten ("vrouw aan het aanrecht").
De specifieke opvraag in februari 1942 suggereert dat de gemeente Amsterdam alle 'uitzonderingsgevallen' die de jaren daarvoor waren getolereerd (bijvoorbeeld vanwege onmisbaarheid van de kracht), nu alsnog wilde beëindigen. Voor veel vrouwen betekende dit document het einde van hun professionele carrière bij de gemeente. B. Gemeente Amsterdam Stadhuis