Getypte brief (doorslag) met een handgeschreven notitie.
Origineel
Getypte brief (doorslag) met een handgeschreven notitie. 12 februari 1942. De Directeur (van de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Raadhuis, Alhier. [Handgeschreven:] extra
VB/HG.
den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
BA/13/2 M.
12 Februari 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 Februari jl. No. 816 $^1$ Arb.1941, heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn dienst na 22 Februari 1934 geen vrouwen in ambtenaars- of werkliedenfunctie in het huwelijk zijn getreden, noch na dien datum gehuwde vrouwen in dienst zijn genomen.
Bij den Dienst van het Marktwezen zijn in het geheel geen vrouwen werkzaam.
De Directeur, De brief is een formeel ambtelijk antwoord op een informatieverzoek van de wethouder van Arbeidszaken. De kern van de rapportage is dat er bij de Dienst van het Marktwezen absoluut geen vrouwen werkzaam zijn.
De specifieke datum die genoemd wordt, 22 februari 1934, is cruciaal. Dit verwijst naar de datum waarop een ministeriële circulaire van kracht werd die het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren regelde. De directeur bevestigt dat er sindsdien geen vrouwen zijn getrouwd terwijl ze in dienst waren (wat tot ontslag had moeten leiden) en dat er ook geen gehuwde vrouwen zijn aangenomen. De uitsmijter van de brief — dat er überhaupt geen vrouwen werken — maakt de verdere beantwoording van de vragen over burgerlijke staat overbodig. Hoewel dit document is opgesteld in 1942, tijdens de Duitse bezetting, grijpt het terug op Nederlands beleid uit de jaren '30. Tijdens de crisisjaren voerde de Nederlandse overheid (onder de kabinetten-Colijn) een streng beleid om de arbeid van gehuwde vrouwen aan banden te leggen. Men vond dat in tijden van grote werkloosheid banen gereserveerd moesten blijven voor kostwinners (mannen).
De wetgeving uit 1934/1935 (zoals de wet-Deckers) stelde dat vrouwelijke ambtenaren op de dag van hun huwelijk eervol ontslag kregen. Deze brief toont aan hoe deze discriminerende maatregelen tot in de oorlogsjaren administratief werden gehandhaafd en gecontroleerd. Dat er bij de Dienst van het Marktwezen geen vrouwen werkten, is typerend voor die tijd; dergelijke diensten hielden zich bezig met toezicht op markten, wat als fysiek of "mannenwerk" werd beschouwd. Marktwezen
Samenvatting
De brief is een formeel ambtelijk antwoord op een informatieverzoek van de wethouder van Arbeidszaken. De kern van de rapportage is dat er bij de Dienst van het Marktwezen absoluut geen vrouwen werkzaam zijn.
De specifieke datum die genoemd wordt, 22 februari 1934, is cruciaal. Dit verwijst naar de datum waarop een ministeriële circulaire van kracht werd die het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren regelde. De directeur bevestigt dat er sindsdien geen vrouwen zijn getrouwd terwijl ze in dienst waren (wat tot ontslag had moeten leiden) en dat er ook geen gehuwde vrouwen zijn aangenomen. De uitsmijter van de brief — dat er überhaupt geen vrouwen werken — maakt de verdere beantwoording van de vragen over burgerlijke staat overbodig.
Historische Context
Hoewel dit document is opgesteld in 1942, tijdens de Duitse bezetting, grijpt het terug op Nederlands beleid uit de jaren '30. Tijdens de crisisjaren voerde de Nederlandse overheid (onder de kabinetten-Colijn) een streng beleid om de arbeid van gehuwde vrouwen aan banden te leggen. Men vond dat in tijden van grote werkloosheid banen gereserveerd moesten blijven voor kostwinners (mannen).
De wetgeving uit 1934/1935 (zoals de wet-Deckers) stelde dat vrouwelijke ambtenaren op de dag van hun huwelijk eervol ontslag kregen. Deze brief toont aan hoe deze discriminerende maatregelen tot in de oorlogsjaren administratief werden gehandhaafd en gecontroleerd. Dat er bij de Dienst van het Marktwezen geen vrouwen werkten, is typerend voor die tijd; dergelijke diensten hielden zich bezig met toezicht op markten, wat als fysiek of "mannenwerk" werd beschouwd.