Archief 745
Inventaris 745-371
Pagina 226
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Instructieblad/Circulaire betreffende loonadministratie en premieafdrachten.

Origineel

Instructieblad/Circulaire betreffende loonadministratie en premieafdrachten. [Linkerpagina]

4. Arbeidscontractanten voor werkzaamheden van bijzonderen (voortdurenden) aard.
Voor deze groep worden stamkaarten ingezonden. Op de lijsten wordt aangeteekend, hoeveel stamkaarten voor deze groep zijn ingezonden, hoeveel A.B.R.w.v.a. een vast loon van meer dan f 3000 per jaar ontvangen en wie niet verzekeringsplichtig zijn volgens de Ziektewet, met opgave van redenen.
Tevens dient op de lijsten met name te worden aangeteekend, welke personen dezer categorie in den loop van 1941 een tijdelijke of vaste aanstelling als ambtenaar of werkman hebben gekregen, indien zich dit feit bij Uw dienst heeft voorgedaan.

5. Reservisten, met vaste of tijdelijke aanstelling bij de G.A.R.
Omtrent de werklieden, die bij de G.A.R. in vasten of tijdelijken dienst zijn aangesteld, en die tijdelijk bij Uw dienst waren gedetacheerd, moeten op de lijsten de navolgende gegevens worden verstrekt, doch alleen indien en voor zoover de Ongevallenwet-1921, gedurende den tijd, dat zij bij Uw dienst gedetacheerd waren, op hen van toepassing was. Die in den loop van het jaar bij Uw dienst zijn aangesteld, worden hierbij niet opgenomen.
Alleen wordt opgegeven het totaal aantal personen, het totaal aantal arbeidsdagen en het totaal „verdiende” loon. Onder verdiend loon wordt voor deze groep verstaan : het verdiende grondloon (inclusief dus de ingehouden pensioenpremie), met inbegrip van overwerk, toeslagen, emolumenten, doch verminderd met ongehuwdenaftrek, en met eventueel genoten ziekengeld of kindertoeslag.
Losse reservisten, die bij den Bewakingsdienst der Arbeidersreserve hun loon ontvangen, blijven buiten beschouwing, daar de G.P.V. omtrent deze personen een opgave inzendt.

6. Wachtgelders en Gepensioneerden.
Indien wachtgelders of gepensioneerden bij Uw dienst op arbeidscontract werkzaam waren, worden dezen afzonderlijk vermeld. Daar dezen niet onder de Ziektewet vallen, heeft voor hen geen inhouding op het loon van ziektepremie plaats. Het pensioen of aanvullende wachtgeld mag niet onder het „loon” worden meegerekend.

7. Invulling der lijsten.
De invulling der lijsten geschiedt nominatief, behoudens in het geval voorzien sub 5 en sub 8. De adressen worden weggelaten. In de kolom „nominaalloon” wordt het aan loon ontvangen bedrag ingevuld, d.w.z. het voor de betrekking vastgestelde nominale loon, vermeerderd met emolumenten, overwerk, vacantiebons, e.d., eventueel verminderd met 3 % ongehuwdenaftrek. Indien „vrije kost en inwoning” wordt genoten, moet dit in de kolom „Opmerkingen” worden aangeteekend.
Indien wegens ongeval een tijdelijke uitkeering is verstrekt, wordt deze in het netto-loon niet opgenomen, ook niet het ziekengeld, krachtens een gemeentelijke ziekengeldregeling uitbetaald aan tijdelijk personeel (b.v. maandzusters-ziekenhuizen e.d.). Deze worden in de daarvoor bestemde kolom „ziekengeld” geboekt.
Aangezien de verhooging met ingang van 1 Augustus 1941 en de kersttoelage op de stamkaarten voor arbeidscontractanten met werkzaamheden van voortdurenden aard in het nominale loon is begrepen, moet, daar deze verhooging niet voor premieberekening ingevolge de Ziektewet en het Ziekenfondsenbesluit in aanmerking komt, het bedrag daarvan nog eens afzonderlijk worden opgegeven, derhalve over het tijdvak van 1 Augustus 1941 tot en met 31 December 1941. Van 1 Januari 1942 af geldt de 5 % verhooging voor de premieberekening en dus ook voor de berekening van uitkeeringen krachtens de Ziektewet of Ongevallenwet wel als nominaal loon.
Voorts vestig ik er nog speciaal Uw aandacht op, dat steeds het aantal arbeidsdagen moet worden vermeld (waarbij een gedeelte van een werkdag als 1 arbeidsdag wordt gerekend) en voorts dat de diverse kolommen worden getotaliseerd.
De kolom „ontvangen netto-loon” omvat dus het totale „ontvangen” loonbedrag verminderd met eventueel „ziekengeld”.
Ter besparing van papier verzoek ik U kleinere groepen van mannelijk of vrouwelijk personeel gesplitst op één lijst te vermelden, en daarvoor dus niet onnodig twee lijsten te gebruiken.

[Rechterpagina]

Zoo mogelijk kan voor mannen van de voorzijde en voor vrouwen van de achterzijde gebruik worden gemaakt.
Het loon en verdere gegevens betreffende Joodsch personeel, wordt, voorzoover vóór 1 Maart 1941 uitbetaald, als „gewerkt” loon opgenomen. Uitkeeringen aan hen nà 1 Maart 1941 blijven op deze lijsten buiten beschouwing.
De ingehouden bedragen wegens loonbelasting mogen niet in mindering komen op het loon.
Het betaalde bedrag wegens de Vereveningsheffing wordt voor elke groep afzonderlijk in totaal op de lijsten vermeld.

8. Collectieve loonopgaven.
Ter vereenvoudiging kunnen voor enkele grootere groepen van personen de benoodigde loongegevens in één collectieve opgave worden verstrekt, t.w. voor :
a losse schoonmaaksters,
b noodhulp-verplegenden,
c helpsters Kindervoeding,
d uitreikers Distributiebescheiden,
e schrijvers in lossen dienst,
f metaalinnemers bij Stads-Bank-van-Leening,
g uitreikers persoonsbewijzen,
h hulpbrandweer Luchtbeschermingsdienst,
i ordedienst Luchtbeschermingsdienst,
j stut- en sloopdienst Luchtbeschermingsdienst,
k verplegenden Luchtbeschermingsdienst,
l sneeuwruimers Stadsreiniging,
m grondwerkers Waterleiding,
n luchtbescherming Waterleiding,
o schilders,
p rioolwerkers,
q metselaars,
r keukenknechts Centrale keukens,
s Bewakingsdienst (losse wakers),
t grasmaaiers Begraafplaatsen.

Hierbij dient echter rekening gehouden te worden met de splitsing, zooals gevraagd sub 1, terwijl U ook bij deze groepsgewijze opgave van de bijgevoegde lijsten gebruik gelieve te maken, zoodat de daarop gerubriceerde splitsing der gegevens tot haar recht komt.

9. Ingezonden stamkaarten.
Behalve het sub 4 bedoelde, wordt op de lijsten aangeteekend, het aantal aan de afdeeling Arbeidszaken ingezonden stamkaarten van :
a. vast en tijdelijk aangestelde werklieden ;
b. vast en tijdelijk aangestelde ambtenaren.

10. Premie Ziektewet.
In 1941 gold als premie van het verdiende loon in het algemeen 1,7 %. Ingevolge het Koninklijk Besluit van 3 Januari 1930, S. 3, zijn voor sommige bedrijven hoogere premiën vastgesteld. Voor 1942 komt hierin vermoedelijk geen wijziging.
De premie wordt berekend over het loonbedrag, dat in den zin der Ziektewet in elk bedrijf op zich zelf is betaald, waarbij f 8 als maximaal dagloon geldt.
De inhouding op het loon bedraagt 0,85 % of 85 cent per f 100 loon, met uitzondering van de schoonmaaksters, op wier loon geen ziektepremie wordt ingehouden. Voor 1942 blijft deze premie-inhouding onveranderd. * Administratieve complexiteit: Het document getuigt van een zeer gedetailleerde loon- en premieadministratie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nominaal loon, verdiend loon en netto-loon, waarbij diverse toeslagen (kersttoelage, overwerk) en inhoudingen (ongehuwdenaftrek, vereveningsheffing) een rol spelen.
* Oorlogseconomie en schaarste: De opmerking onder punt 7 ("Ter besparing van papier...") weerspiegelt de materiaalschaarste tijdens de bezetting. Ook de lijst met beroepen (punt 8) toont de tijdsgeest: distributiebescheiden, persoonsbewijzen en de vele takken van de Luchtbeschermingsdienst.
* Segregatie: Een cruciaal element is de instructie over "Joodsch personeel". De bepaling dat uitkeringen aan hen na 1 maart 1941 buiten beschouwing moeten blijven, hangt direct samen met de Ariërverklaring en het ontslag van Joodse ambtenaren en werknemers door de bezetter (verordening 137/1940 en de daaropvolgende maatregelen in begin 1941).
* Sociale zekerheid: Het document geeft inzicht in de overgangsfase van de Ziektewet en de invoering van het Ziekenfondsenbesluit (1941), wat een fundamentele verandering in het Nederlandse zorgstelsel betekende. Dit document is een instructie gericht aan de hoofden van gemeentelijke diensten (waarschijnlijk in Amsterdam, gezien de specifieke dienstnamen zoals G.A.R. en Stads-Bank-van-Leening) tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De G.A.R. (Gemeentelijke Arbeidsreserve) was een instelling die werklozen inzette voor diverse gemeentelijke taken.

De periode (winter 1941-1942) was een kantelpunt. Enerzijds was de bureaucratie nog gestoeld op vooroorlogse wetgeving (zoals het KB van 1930), anderzijds waren de anti-Joodse maatregelen en de gelijkschakeling van de sociale zekerheid door de bezetter in volle gang. De lijst met collectieve functies (van sneeuwruimers tot hulpbrandweer) schetst een beeld van een stad die ondanks de oorlogssituatie haar civiele en paramilitaire (luchtbescherming) diensten op peil probeerde te houden.

Samenvatting

  • Administratieve complexiteit: Het document getuigt van een zeer gedetailleerde loon- en premieadministratie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nominaal loon, verdiend loon en netto-loon, waarbij diverse toeslagen (kersttoelage, overwerk) en inhoudingen (ongehuwdenaftrek, vereveningsheffing) een rol spelen.
  • Oorlogseconomie en schaarste: De opmerking onder punt 7 ("Ter besparing van papier...") weerspiegelt de materiaalschaarste tijdens de bezetting. Ook de lijst met beroepen (punt 8) toont de tijdsgeest: distributiebescheiden, persoonsbewijzen en de vele takken van de Luchtbeschermingsdienst.
  • Segregatie: Een cruciaal element is de instructie over "Joodsch personeel". De bepaling dat uitkeringen aan hen na 1 maart 1941 buiten beschouwing moeten blijven, hangt direct samen met de Ariërverklaring en het ontslag van Joodse ambtenaren en werknemers door de bezetter (verordening 137/1940 en de daaropvolgende maatregelen in begin 1941).
  • Sociale zekerheid: Het document geeft inzicht in de overgangsfase van de Ziektewet en de invoering van het Ziekenfondsenbesluit (1941), wat een fundamentele verandering in het Nederlandse zorgstelsel betekende.

Historische Context

Dit document is een instructie gericht aan de hoofden van gemeentelijke diensten (waarschijnlijk in Amsterdam, gezien de specifieke dienstnamen zoals G.A.R. en Stads-Bank-van-Leening) tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De G.A.R. (Gemeentelijke Arbeidsreserve) was een instelling die werklozen inzette voor diverse gemeentelijke taken.

De periode (winter 1941-1942) was een kantelpunt. Enerzijds was de bureaucratie nog gestoeld op vooroorlogse wetgeving (zoals het KB van 1930), anderzijds waren de anti-Joodse maatregelen en de gelijkschakeling van de sociale zekerheid door de bezetter in volle gang. De lijst met collectieve functies (van sneeuwruimers tot hulpbrandweer) schetst een beeld van een stad die ondanks de oorlogssituatie haar civiele en paramilitaire (luchtbescherming) diensten op peil probeerde te houden.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

A.H. de Haer Uilenburg " 2.667,40
A.H. de Haer Uilenburg " 2.667,40
Abraham Drukker Uilenburg " 1.842,25
A.H. Drukker Uilenburg " 1.842,25
A.H. Klaassens Uilenburg " 1.991,20
A.H. Klaassens Uilenburg " 1.991,20
A.J.I. Barbiers Uilenburg " 1.970,33 **L**
A.J.I. Barbiers Uilenburg " 1.970,33 $L$
B. Felthuis Uilenburg " 1.757,33
B. Felthuis Uilenburg " 1.757,33
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
Bur.Verkiezingen Uilenburg
C. Bakker Uilenburg **ƒ 67.808,43**
C. Bakker Uilenburg **$f$ 67.808,43**
C. Blom Uilenburg " 2.113,09 **L**
C. Blom Uilenburg " 2.113,09 $L$
C.F. Eggelte Uilenburg " 2.070,32
C.F. Eggelte Uilenburg " 2.070,32
C.F. Stegeman Uilenburg
C.L. Buenting Uilenburg " 1.831,19
C.L. Buenting Uilenburg " 1.831,19
E.A. Engelen Uilenburg " 1.750,80
E.A. Engelen Uilenburg " 1.750,80
E.J. Stegeman Uilenburg
Electr. materiaal
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1