Archief 745
Inventaris 745-371
Pagina 233
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

13 februari 1942.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 13 februari 1942. No. 40ª Arb. 1942.

236 Lm. 1942 [handgeschreven]

Tot verhooging van de kosten, verbonden aan het leveren van losse wakers door de Arbeidersreserve.

[Handgeschreven annotatie rechtsboven: Marktw. m.i. v. Dr. M. v. d. Meulen]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 13 Februari 1942.

Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken neemt de Burgemeester het volgende besluit:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het schrijven van den Wethouder, belast met het beheer der Gemeentelijke Personeelsvoorziening, dd. 6 Januari 1942, No. 9 G.P.V. (G.A.R.) 1942;
Gelet op de nota van den Wethouder voor de Arbeidszaken, dd, 28 Januari 1942, No. 2240 Arb. 1941;
Gelet ten slotte op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche Gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No. 152) en van de Eerste Beschikking ter uitvoering van deze Verordening (Ned. Staatscourant van 19 Augustus 1941, No. 160);

B e s l u i t :

gerekend te zijn ingegaan met de eerste loonweek van Februari 1942 in het bepaalde onder 3 van het besluit van Burgemeester en Wethouders van 29 December 1922, No. 9492, zooals dit laatstelijk werd gewijzigd bij besluit van Burgemeester en Wethouders van 23 Februari 1934, No. 864ᵇ Arb. 1933 betreffende het bedrag, hetwelk de Gemeentelijke Arbeidersreserve den diensttakken in rekening kan brengen voor het leveren van losse wakers, in plaats van: "f. 0,45 per uur" te lezen: "f. 0,50 per uur".

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Arbeidszaken (15 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan den Gemeente-ontvanger, het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks) en het Pensioenbureau.

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [gestempeld]

Nº SA/19/M. 1942 23/2 [paars stempel linksonder] In dit document besluit de Burgemeester van Amsterdam om het uurtarief dat de Gemeentelijke Arbeidersreserve (G.A.R.) in rekening brengt aan andere gemeentelijke diensten voor het inzetten van "losse wakers" (tijdelijke bewakers of toezichthouders), te verhogen. De prijs stijgt van 45 cent naar 50 cent per uur. Het besluit is met terugwerkende kracht effectief vanaf de eerste loonweek van februari 1942.

Het document verwijst naar eerdere besluiten uit 1922 en 1934, wat aantoont dat de inzet van deze reservearbeiders een langere traditie had binnen de Amsterdamse gemeentelijke organisatie. Dit document stamt uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is merkbaar aan de juridische onderbouwing: er wordt expliciet verwezen naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche Gebied" (Arthur Seyss-Inquart).

Wat opvalt is dat het besluit wordt genomen door "den Burgemeester" alleen, en niet door het college van "Burgemeester en Wethouders" (B&W), hoewel er nog wel verwezen wordt naar voorstellen van een wethouder. Dit weerspiegelt de invoering van het zogenaamde "leidersbeginsel" door de bezetter, waarbij de democratische controle door de gemeenteraad was afgeschaft en de burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) als alleenheerser optrad.

De noodzaak voor extra bewaking ("losse wakers") en de tariefstijging kunnen te maken hebben gehad met de oorlogsomstandigheden, inflatie en de verhoogde behoefte aan toezicht op gemeentelijke objecten en markten (zoals de annotatie "Marktw." suggereert). De Gemeentelijke Arbeidersreserve was een instituut dat dikwijls werd ingezet om werklozen zinvol werk te laten verrichten, een voorloper van latere sociale werkvoorzieningen.

Samenvatting

In dit document besluit de Burgemeester van Amsterdam om het uurtarief dat de Gemeentelijke Arbeidersreserve (G.A.R.) in rekening brengt aan andere gemeentelijke diensten voor het inzetten van "losse wakers" (tijdelijke bewakers of toezichthouders), te verhogen. De prijs stijgt van 45 cent naar 50 cent per uur. Het besluit is met terugwerkende kracht effectief vanaf de eerste loonweek van februari 1942.

Het document verwijst naar eerdere besluiten uit 1922 en 1934, wat aantoont dat de inzet van deze reservearbeiders een langere traditie had binnen de Amsterdamse gemeentelijke organisatie.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is merkbaar aan de juridische onderbouwing: er wordt expliciet verwezen naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche Gebied" (Arthur Seyss-Inquart).

Wat opvalt is dat het besluit wordt genomen door "den Burgemeester" alleen, en niet door het college van "Burgemeester en Wethouders" (B&W), hoewel er nog wel verwezen wordt naar voorstellen van een wethouder. Dit weerspiegelt de invoering van het zogenaamde "leidersbeginsel" door de bezetter, waarbij de democratische controle door de gemeenteraad was afgeschaft en de burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) als alleenheerser optrad.

De noodzaak voor extra bewaking ("losse wakers") en de tariefstijging kunnen te maken hebben gehad met de oorlogsomstandigheden, inflatie en de verhoogde behoefte aan toezicht op gemeentelijke objecten en markten (zoals de annotatie "Marktw." suggereert). De Gemeentelijke Arbeidersreserve was een instituut dat dikwijls werd ingezet om werklozen zinvol werk te laten verrichten, een voorloper van latere sociale werkvoorzieningen.

Kooplieden in dit dossier 100

A.H. de Haer Uilenburg " 2.667,40
A.H. de Haer Uilenburg " 2.667,40
Abraham Drukker Uilenburg " 1.842,25
A.H. Drukker Uilenburg " 1.842,25
A.H. Klaassens Uilenburg " 1.991,20
A.H. Klaassens Uilenburg " 1.991,20
A.J.I. Barbiers Uilenburg " 1.970,33 **L**
A.J.I. Barbiers Uilenburg " 1.970,33 $L$
B. Felthuis Uilenburg " 1.757,33
B. Felthuis Uilenburg " 1.757,33
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
Bur.Verkiezingen Uilenburg
C. Bakker Uilenburg **ƒ 67.808,43**
C. Bakker Uilenburg **$f$ 67.808,43**
C. Blom Uilenburg " 2.113,09 **L**
C. Blom Uilenburg " 2.113,09 $L$
C.F. Eggelte Uilenburg " 2.070,32
C.F. Eggelte Uilenburg " 2.070,32
C.F. Stegeman Uilenburg
C.L. Buenting Uilenburg " 1.831,19
C.L. Buenting Uilenburg " 1.831,19
E.A. Engelen Uilenburg " 1.750,80
E.A. Engelen Uilenburg " 1.750,80
E.J. Stegeman Uilenburg
Electr. materiaal
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1