Ambtelijke correspondentie / Begeleidend schrijven.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Begeleidend schrijven. Maart 1942. Mogelijk "Allen Stamkhouten" (handtekening is moeilijk leesbaar). A'dam, Maart 1942
Administrateur, Hoofd
van den Accountantsdienst
Naar aanleiding van de
circulaires van den heer Weth.
voor de Fin. d.d. 11 Febr. en 19
Dec. 1938 N° 206 Fin. 1938
heb ik de eer U in bijlage
dezes een recapitulatie te
doen toekomen, zooals bedoeld
in bovengenoemde circulaire
van 11 Febr. 1938 onder 3 b.
8A/21/2 M [in rood potlood/inkt] DS [initialen]
Allen Stamkhouten, [handtekening] Dit korte schrijven dient als begeleidende brief voor een bijlage (een "recapitulatie", oftewel een samenvattend financieel overzicht). De tekst is opgesteld in de toen gangbare formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U... te doen toekomen").
De kern van de brief is de verwijzing naar oudere regelgeving: twee circulaires van de Wethouder van Financiën uit februari en december 1938. Er wordt specifiek verwezen naar een sub-artikel ("onder 3 b") van de circulaire van 11 februari 1938, wat duidt op een nauwgezette administratieve opvolging van voorschriften. De rode code "8A/21/2 M" is een typisch archiefkenmerk dat door een archivaris of dossierbeheerder is toegevoegd voor de ordening van het stuk. Het document dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Desondanks vertoont het document de uiterlijke kenmerken van de reguliere, vreedzame gemeentelijke bureaucratie. Het laat zien dat het ambtelijk apparaat van Amsterdam (A'dam) ook onder de bezetting bleef functioneren volgens vooroorlogse procedures en regelgeving (de circulaires uit 1938).
De "Accountantsdienst" van de gemeente Amsterdam speelde een cruciale rol in de controle op de gemeentelijke uitgaven. In deze periode was de autonomie van de stad weliswaar ingeperkt door de bezetter, maar de administratieve 'raderen' bleven draaien om de financiële huishouding op orde te houden. Dit soort documenten biedt inzicht in de continuïteit van de dagelijkse ambtelijke praktijk in oorlogstijd. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Dit korte schrijven dient als begeleidende brief voor een bijlage (een "recapitulatie", oftewel een samenvattend financieel overzicht). De tekst is opgesteld in de toen gangbare formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U... te doen toekomen").
De kern van de brief is de verwijzing naar oudere regelgeving: twee circulaires van de Wethouder van Financiën uit februari en december 1938. Er wordt specifiek verwezen naar een sub-artikel ("onder 3 b") van de circulaire van 11 februari 1938, wat duidt op een nauwgezette administratieve opvolging van voorschriften. De rode code "8A/21/2 M" is een typisch archiefkenmerk dat door een archivaris of dossierbeheerder is toegevoegd voor de ordening van het stuk.
Historische Context
Het document dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Desondanks vertoont het document de uiterlijke kenmerken van de reguliere, vreedzame gemeentelijke bureaucratie. Het laat zien dat het ambtelijk apparaat van Amsterdam (A'dam) ook onder de bezetting bleef functioneren volgens vooroorlogse procedures en regelgeving (de circulaires uit 1938).
De "Accountantsdienst" van de gemeente Amsterdam speelde een cruciale rol in de controle op de gemeentelijke uitgaven. In deze periode was de autonomie van de stad weliswaar ingeperkt door de bezetter, maar de administratieve 'raderen' bleven draaien om de financiële huishouding op orde te houden. Dit soort documenten biedt inzicht in de continuïteit van de dagelijkse ambtelijke praktijk in oorlogstijd.