Officieel schrijven / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel schrijven / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 25 juni 1942. De Wethouder voor de Arbeidszaken (Gemeente Amsterdam). Heeren Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedryven. [Linksboven stempels en nummers:]
No 8ᵃ/31/2 M. 1942 27/6
L.
[Midden boven:]
GEMEENTE AMSTERDAM
[Linkerzijde stempel:]
Gezien [met handgeschreven paraaf/streep erdoor]
[Rechterzijde boven:]
No 780c Arb.1942 AMSTERDAM, 25 Juni 1942.
[Inhoud:]
Onderwerp:
Kolenvoorschot.
De vraag is gesteld, of aan de werklieden, die te werk worden gesteld in Duitschland, het voorschot voor het inkoopen van brandstoffen, bedoeld in myn rondschryven, dd. 16 Mei j.l., No 780 Arb., kan worden verstrekt.
Naar aanleiding hiervan bericht ik U, dat tegen het verleenen van dit voorschot, indien daartoe het verlangen wordt uitgesproken, geen bezwaar bestaat. De inhouding van het voorschot zal dan moeten plaats hebben op het bedrag, hetwelk krachtens het bepaalde onder 3' van het besluit van den Burgemeester, dd. 19 Juni j.l., No 995 Arb., door het Gewestelyk Arbeidsbureau aan den dienst wordt overgemaakt.
De Wethouder voor de Arbeidszaken,
[Handtekening]
A A N
Heeren Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedryven.
Arb.z., Stadhuis
A’dam, Juni 1942
[Rechtsonder handgeschreven:]
43
oud m. Dit document is een administratieve instructie betreffende de financiële afwikkeling van sociale voorzieningen voor arbeiders tijdens de Duitse bezetting. Het kernpunt is de toestemming om een 'kolenvoorschot' (een lening voor de aanschaf van brandstof voor de winter) ook te verstrekken aan werklieden die in Duitsland te werk zijn gesteld.
Opvallend is de bureaucratische taal: de wethouder stelt dat er "geen bezwaar bestaat" tegen het verlenen van dit voorschot. Tevens wordt de verrekening ervan vastgelegd: het voorschot wordt ingehouden op de bedragen die het Gewestelijk Arbeidsbureau overmaakt. Het gebruik van de 'y' in woorden als "myn", "rondschryven" en "bedryven" is kenmerkend voor de toenmalige spelling. De brief dateert van juni 1942, een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Arbeitseinsatz (de gedwongen tewerkstelling in Duitsland) nam in deze periode in omvang toe. Aanvankelijk werd geprobeerd arbeiders met sociale regelingen en financiële prikkels 'vrijwillig' naar Duitsland te lokken voordat de grootschalige razzia's en verplichte oproepen de overhand kregen.
Het verstrekken van een kolenvoorschot aan deze arbeiders diende waarschijnlijk om de achterblijvende gezinnen in de winter van 1942-1943 van brandstof te voorzien, wat de bereidheid om in Duitsland te gaan werken moest vergroten of de sociale onrust onder de gezinnen moest beperken. Het document illustreert hoe het Nederlandse ambtenarenapparaat en het gemeentebestuur (onder toezicht van een pro-Duitse burgemeester en wethouders) nauwgezet meewerkten aan de uitvoering van beleid dat de Duitse oorlogseconomie ondersteunde.