Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. Oorspronkelijk getypt als September 1942, handmatig gewijzigd naar 5 October. Onbekend (mogelijk Dienst Marktwezen of een afdeling van het Gemeentebestuur). Den heer Burgemeester. [stempel in paars linksboven:] № 8ª/36/5 M. 1942 6/10
[handgeschreven rechtsboven:] Marktw.
Aan den heer Burgemeester.
L.M. 573
-1942-
[handgeschreven paraaf in blauw/zwart met rode streep erdoor:] ni. su
[doorgehaald:] September 1942.
[handgeschreven:] 5 October
Naar aanleiding van het aan U uitgebrachte advies van den Hoofdcommissaris van Politie, d.d. 31 Augustus 1942, No.2818/1942, Afd.S II, Ordepolitie, moge ik U op het volgende wijzen.
De controleurs van het Marktwezen zijn o.m. met het handhaven van de orde op de verschillende markten belast, zoo ook op de Centrale Markt, een afgesloten terrein, waar geen stedelijke politie dienst doet. Zij moeten verbaliseerend kunnen optreden tegen de veelvuldig voorkomende diefstallen en overtredingen van art.461, Wetboek van Strafrecht. Tevens zijn de controleurs krachtens de Ventverordening belast met het opsporen van overtredingen dezer Verordening. Het spreekt vanzelf, dat zij ook hierbij de bevoegdheid tot het opmaken van verbalen moeten bezitten.
Uit het bovenvermelde blijkt, dat het optreden van controleurs zonder een aanstelling als buitengewoon veldwachter, geen effect heeft en den goeden gang van zaken op de markten,alsmede het prestige van de Gemeente niet bevordert.
Ik dring er dan ook bij U met klem op aan te willen bewerkstelligen, dat de nieuwe, bij het Marktwezen aangestelde controleurs, De kern van dit document is een formeel verzoek om de opsporingsbevoegdheden van marktcontroleurs te vergroten. De opsteller betoogt dat deze controleurs momenteel onvoldoende juridische middelen hebben om effectief op te treden tegen criminaliteit (diefstal) en overtredingen op marktterreinen, met name op de Centrale Markt waar de reguliere politie niet aanwezig is. Door hen aan te stellen als 'buitengewoon veldwachter' (tegenwoordig vergelijkbaar met een Buitengewoon Opsporingsambtenaar of BOA), krijgen zij de bevoegdheid om proces-verbaal op te maken, wat essentieel wordt geacht voor het handhaven van de orde en het aanzien van het gemeentebestuur. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De verwijzing naar de "Ordepolitie" (de Nederlandse tak van de Duitse Ordnungspolizei) is kenmerkend voor de herstructurering van het politieapparaat onder de bezetter. In deze periode was de controle op de voedseldistributie en markten van vitaal belang vanwege schaarste en de opkomst van de zwarte handel. De Centrale Markt in Amsterdam (waarschijnlijk de locatie waarover gesproken wordt) was een streng gecontroleerd terrein. Het verlenen van opsporingsbevoegdheden aan civiel personeel was een manier om het gezag te handhaven in een tijd van toenemende spanning en repressie.