Getypte brief (doorslag), bladzijde 2.
Origineel
Getypte brief (doorslag), bladzijde 2. 10 juli 1942. Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 2 van brief No. 8A/40/2 m.d.d. 10 Juli 1942 aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Markt-
wezen.
bestaande verbod wil handhaven en slechts in zeer bijzondere ge-
vallen uitzonderingen zou willen toestaan, na vooraf verkregen
toestemming.
Een dergelijk bijzonder geval doet zich thans op de Centrale
Markt voor met betrekking tot de levering van aardappelen, omdat
anders het personeel van mijn dienst ten aanzien van andere groe-
pen van personeel als bijvoorbeeld van den C.C.C.D. ten achter
zou worden gesteld, terwijl de betreffende regeling door de Akker-
bouwcentrale, welke instantie de distributie van aardappelen ver-
zorgt, is goedgekeurd.
De Directeur, Deze pagina vormt het slot van een ambtelijke correspondentie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van het document is een verzoek om een uitzondering op een algemeen verbod (vermoedelijk op de directe levering of verkoop van goederen aan eigen personeel).
De Directeur van het Marktwezen pleit bij de Wethouder voor een gunstige regeling voor zijn personeel op de Centrale Markt wat betreft de levering van aardappelen. Hij voert twee belangrijke argumenten aan:
1. Gelijkheid: Zonder deze uitzondering zou zijn personeel benadeeld worden ten opzichte van andere groepen, zoals die van de C.C.C.D. (waarschijnlijk de Centrale Controle van de Crisis-Diensten).
2. Legitimiteit: De Akkerbouwcentrale, de instantie die verantwoordelijk is voor de landelijke aardappeldistributie in oorlogstijd, heeft de regeling reeds goedgekeurd. In 1942 was de voedselvoorziening in Nederland volledig gereguleerd via het distributiestelsel. Schaars wordende middelen zoals aardappelen werden strikt beheerd door crisisorganisaties zoals de Akkerbouwcentrale. Binnen ambtelijke diensten en grote werkgevers werd vaak geprobeerd om via officiële of semi-officiële weg extra rantsoenen of gunstigere leveringsvoorwaarden voor het eigen personeel te bedingen om de moreel en de inzetbaarheid hoog te houden. De "Centrale Markt" in Amsterdam was een cruciaal knooppunt in deze voedselstroom, wat het personeel daar in een positie bracht waar men direct geconfronteerd werd met de goederen, maar formeel gebonden was aan de strenge rantsoeneringswetten.