Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 6 juli 1942. Directeur van het Marktwezen (VB/HG). MARKTWEZEN AMSTERDAM
VB/HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 8A/40/2 M.
BIJLAGE n 3
ONDERWERP: Het betrekken van aardappelen op de Centrale Markt door personeel Marktwezen.
AMSTERDAM (W.) 6 Juli 1942.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 24 Juni jl. onder No. 580 L.M. 1942 om advies ontvangen stukken, heb ik de eer U het volgende te berichten.
Met toestemming Uwerzijds is het sedert kort toegestaan, dat personeel van mijn dienst, buiten de distributieregeling om, aardappelen betrekt via de "V.B.N.A.", nadat gebleken was, dat de "V.B.N.A." met medeweten en onder goedkeuring van Ir. Sevenster, leider der Akkerbouwcentrale en van de Leiding van den Distributiedienst te Amsterdam, tegen betaling aardappelen leverde aan de verschillende categorieën van personeel, werkzaam op de Centrale Markt, namelijk:
a. de aardappelgrossiers met hun personeel;
b. ambtenaren en ander personeel van de Nederlandsche Spoorwegen;
c. contrôleurs Centrale Crisis Contrôle Dienst;
d. personeel Marktwezen.
Het personeel van mijn dienst handelde daarbij in strijd met den geest van het verbod (neergelegd in een kennisgeving van den Directeur, welke kennisgeving aan ieder personeelslid is uitgereikt) om inkoopen op de Centrale Markt te doen, maar meende, dat het betreffende verbod niet toepasselijk was, aangezien door een officiële instantie (de "V.B.N.A.") werd geleverd. Verder heeft het zich erop beroepen, dat het personeel der Centrale Keukens ad libitum van het aldaar bereide voedsel gebruik zou kunnen maken, zonder bons en zonder betaling en op de omstandigheid, dat het personeel van het Abattoir sinds jaren aldaar vleesch en vet kon aankoopen.
Naar mij dezer dagen gebleken is, beroept thans weer het Gemeentelijk personeel, werkzaam bij den aardappelteelt op de terreinen van het Bosch, zich op de omstandigheid, dat personeel van mijn dienst aardappelen kan koopen buiten de distributie om en vraagt het om aardappelen, die in het Bosch zijn geteeld.
Naar mijn meening ~~is het gewenscht een algemeene regeling te overwegen, waarbij~~ ik voor mijn dienst ~~een algemeen verbod wil handhaven en slechts in zeer bijzondere gevallen uitzonderingen zou willen toestaan, na vooraf verkregen toestemming.~~ L het bestaande verbod.
Handgeschreven kanttekeningen (links):
(Bovenaan)
(indien dit juist is impliceert dit dat personeel reeds meer extra van diverse levensmiddelen beschikken)
(Onderaan)
Mag de omstandigheid dat personeel werkzaam bij en hetzij direct bij productie of handel in voedingsmiddelen betrokken is, geen aanleiding zijn om het personeel te bevoorrechten boven anderen die in de burgerij met andere burgers leven, maar waarom. * Kernproblematiek: De brief kaart een conflict aan over de distributieregels tijdens de bezetting. Personeel van het Marktwezen kocht aardappelen buiten het officiële bonnensysteem om via de V.B.N.A. (Vereniging van Bemiddelaars in Nederlandsche Aardappelen).
* Rechtvaardiging: Het personeel rechtvaardigde dit door te wijzen op andere groepen (Spoorwegen, Crisis Controle Dienst) die hetzelfde deden, en op privileges bij de Centrale Keukens en het Abattoir.
* Escalatie: Het probleem breidt zich uit omdat nu ook gemeentepersoneel dat aardappelen teelt in het Amsterdamse Bos ("het Bosch") aanspraak maakt op eigen oogst buiten de distributie om.
* Standpunt Directeur: De getypte tekst suggereert een zoektocht naar een algemene regeling, maar de handgeschreven correctie onderaan is resoluut: de directeur wil "het bestaande verbod" handhaven om precedentwerking en ongelijkheid te voorkomen.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (vleesch, aankoopen, Nederlandsche). Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog (juli 1942). In deze periode nam de voedselschaarste in Nederland toe en werd het distributiestelsel steeds strenger. Ambtenaren en personeel die dicht bij de bron van voedsel werkten (zoals op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat of in het Abattoir), probeerden vaak extra rantsoenen of privileges te verkrijgen.
De genoemde Ir. Sevenster was een prominente figuur binnen de Akkerbouwcentrale, een overheidsorgaan dat tijdens de bezetting de productie en distributie van landbouwproducten controleerde. De discussie in de kantlijn weerspiegelt de morele worsteling van het bestuur: mag werken in de voedselvoorziening leiden tot een bevoorrechte positie ten opzichte van de gewone burger? Het antwoord in de kantlijn is duidelijk "nee", om de sociale cohesie en de eerlijkheid van het distributiesysteem niet verder te ondermijnen.