Ambtsbericht/Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtsbericht/Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 17 juli 1942. GEMEENTE AMSTERDAM
№ 8ª/46/1 [stempel: M. 1942 18/5] AMSTERDAM, 17 Juli 1942.
No. 1090 Arb. 1942.
Onderwerp : Overplaatsing van ambtenaren.
Bij mijn als Regeeringscommissaris voor Amsterdam tot U gericht schrijven, dd. 29 April 1941, No. 768k Arb., deelde ik U mede, dat ik was overgegaan tot het instellen van den dienst der Gemeentelijke Personeelsvoorziening, aan welken dienst o.m. zou zijn opgedragen de voorziening in vacatures in ambtenaarsfuncties.
In verband hiermede verzocht ik U alle aanvragen om vast of tijdelijk ambtenaarspersoneel voortaan tot vorengenoemden dienst te richten.
Het is den laatsten tijd voorgekomen, dat in afwijking van de voorgeschreven gedragslijn, in een vacature bij een diensttak, hetzij van een ambtenaar in vasten, hetzij van een in tijdelijken dienst dan wel arbeidscontractant, werd voorzien door overplaatsing of detacheering van een ambtenaar of arbeidscontractant van een anderen diensttak, zonder dat hiervoor de bemiddeling der Gemeentelijke Personeelsvoorziening was ingeroepen.
Aan
Heeren Hoofden van administratiën,
diensten en bedrijven.
Z. O. Z.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven: een gestileerde letter 'b', 'm. [paraaf]', 'du']
[Handgeschreven aantekening rechtsonder: PA/43] Dit document is een officiële mededeling (circulaire) van de Gemeente Amsterdam, gedateerd 17 juli 1942. De strekking van de brief is een berisping en een herinnering aan de geldende regels voor het personeelsbeleid binnen de gemeente.
De 'Regeeringscommissaris' (in deze periode was dat Edward Voûte) stelt vast dat verschillende gemeentelijke diensten de officiële kanalen omzeilen bij het invullen van vacatures. In plaats van de in 1941 opgerichte 'dienst der Gemeentelijke Personeelsvoorziening' te gebruiken, worden mensen onderling tussen diensten uitgewisseld of overgeplaatst. De commissaris hamert erop dat alle personeelszaken, inclusief overplaatsingen en detacheringen, via deze centrale dienst moeten verlopen. Dit wijst op een drang naar centralisatie en controle over het ambtelijke apparaat. Het document stamt uit de kern van de Tweede Wereldoorlog. Sinds de bezetting was het bestuur van Amsterdam drastisch veranderd. In 1941 werd de gemeenteraad ontbonden en de burgemeester vervangen door een regeringscommissaris, Edward Voûte, die direct ondergeschikt was aan de Duitse bezetter.
De oprichting van de 'dienst der Gemeentelijke Personeelsvoorziening' in april 1941, waar in de tekst naar wordt verwezen, was een instrument voor de bezetter om volledige controle te krijgen over wie er bij de gemeente werkte. Door alle aanstellingen en verschuivingen centraal te regelen, kon de bezetter effectiever 'onwelgevallige' ambtenaren (zoals Joodse ambtenaren of verzetsgezinden) weren of verwijderen en loyale personen (NSB'ers) op strategische posten plaatsen. Deze kaart illustreert de bureaucratische uitvoering van die controle op het lokale ambtelijke niveau.